Oog om oog, tand om tand in fraudeland

01/05/2013 | Michel Maus
Het jaarlijks weerkerende Feest van de arbeid is traditioneel de dag van de uitspraken van de gebalde vuisten. Ook dit jaar is dat niet anders. Op zijn 1 mei-toespraak stelde Sp.a-voorzitter Bruno Tobback dat iedere euro die staatssecretaris John Crombez recupereert uit de fraudebestrijding of uit belastingparadijzen moet dienen om de lasten op arbeid te verlagen. Dat moet het ondubbelzinnig engagement worden van de Sp.a, dixit Bruno Tobback. Ook ABVV-voorzitter Rudy De Leeuw verkondigde een gelijkaardige boodschap. Hij stelde dat 150.000 jobs kunnen worden gecreëerd door 13 miljard euro te recupereren uit de strijd tegen de fraude. Het standpunt van de socialistische beweging is begrijpelijk. Het beleid van staatssecretaris Crombez werpt zijn budgettaire vruchten af – ere wie ere toekomt – en dit budgettair succes moet dienen om de lasten op arbeid te verlagen. In de eerste plaats wil Sp.a hierbij focussen op sectoren waar de productiviteit en toegevoegde waarde laag liggen en op sectoren die met zware internationale concurrentie kampen, zoals de horeca, de bouw en de transportsector.
Op het eerste zicht lijkt dit een zeer nobele doelstelling te zijn, maar het valt te betwijfelen of dit echt dè oplossing vormt voor het fraudeprobleem en de loonkostproblematiek. Het socialistische standpunt lijkt immers uit te gaan van de stelling dat de fiscale fraude verantwoordelijk is voor de absurde fiscale loonkost in ons land, en dat de opbrengst van de fraude kan worden gebruikt om die loonkost te milderen. De vraag is of dit uitgangspunt correct is. Is de hoge en ongelijke belastingdruk in ons land het gevolg van de fiscale fraude, of is de fiscale fraude het gevolg van de hoge en ongelijke belastingdruk? Dit is natuurlijk een kip en ei-verhaal, maar wel cruciaal in de zoektocht naar een substantiële oplossing voor ons fraudeprobleem.
 
Hoe relevant en noodzakelijk de fraudemaatregelen van staatsecretaris Crombez ook mogen zijn, het blijven maatregelen van symptoombestrijding en zijn geen curatieve maatregelen. De primaire vraag in het fraudeverhaal is dan ook niet zozeer de vraag hoe de overheid de fraude optimaal kan bestrijden, maar wel hoe de overheid de oorzaken van de fraude kan wegnemen. Uitsluitend strenge fraudemaatregelen nemen zullen het fraudeprobleem niet uitroeien, maar wel integendeel enkel voor een nog grotere vertrouwensbreuk zorgen tussen burger en overheid. Indien men de fraude echt efficiënt wil aanpakken, dan moet men afstappen van de pure symptoombestrijding en primordiaal focussen op de oorzaken van de fraude.
 
Deze waarom-vraag is werkelijk fundamenteel voor de probleemoplossing van de fraude en die boodschap lijkt blijkbaar niet echt door te dringen. Nochtans zijn er redenen waarom de Belgen zo allergisch reageren tegen belastingen en zo’n hoog fraudelibido hebben. Iedereen beseft dat belastingen noodzakelijk zijn voor het instandhouden van de verzorgingsstaat en toch gaat onze maatschappij gebukt onder een totaal gebrek aan fiscale burgerzin. De oorzaak van dit fenomeen ligt duidelijk in het gebrek aan vertrouwen in de overheid en die is daar zelf verantwoordelijk voor.
 
Zelfs Niccolo Machiavelli zag reeds in de 16de eeuw in dat de legitimiteit van de overheid in belangrijke mate wordt bepaald door de manier waarop zij met belastingen omgaat. Een zorgvuldig en verantwoord belastingsysteem leidt onmiskenbaar tot een vertrouwen in de regering, en omgekeerd zorgt een onzorgvuldig en onverantwoord belastingsysteem even onmiskenbaar voor een maatschappelijke vertrouwensbreuk. Ook de 18de-eeuwse filosoof Adam Smith zag dit in en stelde dat een rechtvaardig belastingsysteem een maatschappelijke aanvaarding waarborgt. Een onrechtvaardig belastingsysteem daarentegen leidt tot een verwerping van het gezag van de overheid en zorgt ervoor dat de burgers de in hun ogen onrechtvaardige belastingregels zullen overtreden zodra zij dit kunnen. Tiens, tiens…
 
Indien de burgers in ons land zo massaal de nationale sport bedrijven dan is dit een duidelijk teken aan de fiscale wand, m.n. dat het Belgisch belastingsysteem is verworden tot een gedrocht dat geen vertrouwen meer verdient. Dit is overigens terecht. Een overheid die een systeem heeft gecreëerd met een absurde ongelijke verdeling van de belastingdruk verdient geen maatschappelijk vertrouwen. Zelfs onze captains of industry, zoals Marc Coucke en Roland Duchâtelet, worden ongemakkelijk van deze vaststelling en stellen zich de vraag waarom de overheid dit systeem instandhoudt. Ons land heeft dan ook nood aan een fiscale revolutie en verdient een rechtvaardig belastingsysteem zodat elke burger en elke onderneming, rijk of arm, groot of klein, op een redelijke wijze bijdragen aan de financiering van onze verzorgingsstaat. Allen zo kan het vertrouwen worden hersteld. Dat hiervoor de fiscale privileges van de lobbyfiscaliteit zullen moeten sneuvelen is duidelijk. Eerder dan te zwaaien met de scalp van de fiscale fraude, had dit de 1 mei-boodschap moeten zijn.