Esthetische fiscaliteit

13/08/2015 | Fiscaal | Michel Maus
Zegt u het getal 1,618 nog iets? Neen? Dan hebt u ongetwijfeld niet goed opgelet in de lessen biologie. Dit getal is de veruitwendiging van de zogenaamde “Gulden Snede” of “Divina Proportia” (de goddelijke proportie). Dit is de speciale verhouding die veelvuldig in de natuur voorkomt. Het menselijk DNA, de verhouding van de botjes in een vinger, het hartslagpatroon, de bloemblaadjes van de zonnebloem en de pitten van de dennenappel, het functioneert allemaal volgens de gulden snede. Het lijkt wel alsof dit getal de natuur volledig beheerst. Het is dan ook niet verwonderlijk dat deze goddelijke proportie vaak werd overgenomen in de fotografie, de architectuur en de (schilder)kunst, etc. omwille van zijn esthetische schoonheid. Van de piramides van de oude Egyptenaren, over de Mona Lisa, de gebouwen van Le Corbusier en het design van de Aston Martin DB9, allen zijn ze toonbeeld van esthetiek en opgebouwd volgens de Divina Proportia.
Het enige domein dat deze heilige verhouding uit de esthetica nog volledig moet ontdekken is de fiscaliteit. Ons fiscaal systeem is door de jaren heen nu eenmaal verworden tot een gedrocht en esthetisch niet om aan te zien. Het is dan ook niet verwonderlijk dat we als Belgen massaal van de fiscaliteit proberen weg te lopen. En de vraag stelt zich, zou dat ook nog zijn als we ons fiscaal systeem opnieuw volgens de gulden snede gaan opbouwen? Zou dit geen zegen zijn voor de fiscale burgerzin?
 
Let’s face it, iedere fiscale filosoof van klassiekers zoals Nicolo Macchiavelli en Adam Smith, tot de modernisten zoals Peter Sloterdijk en Thomas Piketty hebben reeds gewezen op het belang van de fiscaliteit als instrument van inkomensherverdeling. Het is nu eenmaal een feit dat de politieke stabiliteit en ook de veiligheid onder druk komen te staan naarmate de materiële ongelijkheid toeneemt.
Het is eveneens een feit dat de regulering van deze ongelijkheid via belastingheffing deze druk grotendeels kan wegnemen, althans voor zover deze regulering omzichtig wordt uitgewerkt met respect voor de fiscale gelijkheid. En hier knelt net het schoentje.
 
Het gegeven dat de sterkste schouders de zwaarste fiscale lasten zouden moeten dragen, lijkt een basisaxioma van onze fiscaliteit te zijn, maar wordt verre van consequent toegepast. Het lijkt evident dat wie meer inkomen haalt uit arbeid of uit vermogen, meer erft of meer spendeert proportioneel ook meer belasting zou moet betalen, maar in de realiteit is dat bijlange niet het geval.
 
Ons fiscaal systeem bevat enerzijds zo veel fiscale onzuiverheden en uitzonderingsregimes dat heel wat particulieren en ondernemingen op alle fiscale vlakken aan dat principe kunnen ontsnappen. Denk maar aan de notionele intrestaftrek, de aftrek voor octrooi-inkomsten en de excess profit rulings voor vennootschappen bijvoorbeeld. Of voor particulieren, de vrijstelling van belasting op meerwaarden op aandelen en de vrijstelling van schenkingsrechten voor familiebedrijven, dat zijn ook mooie voorbeelden. De verhouding tussen de fiscale have’s en de fiscale have not’s is vaak fenomenaal.
 
Anderzijds is het natuurlijk evenzeer verkeerd om de fiscale gelijkheid te doorbreken door zo’n hoge belastingen op te leggen dat het mensen wordt afgeraden om commerciële ondernemingen op te zetten, te werken, vermogen te verwerven of te consumeren. Ook daar is ons land kampioen in. De combinatie van vennootschapsbelasting en dividendbelasting doet de belastingdruk op vennootschapswinst tot boven de 50% uitstijgen, de belastingdruk op arbeid bedraagt volgens de OESO 55,3% in ons land en de successiebelasting kan bij ons tot 80% oplopen.
 
Het is dan ook volkomen begrijpbaar dat de fiscale moraal in ons land onder het vriespunt zit en de fiscale frustratie de belangrijkste oorzaak is van onze torenhoge zwarte economie. Onze fiscaliteit is niet mooi en dat stoot af.
 
Nochtans het kan ook anders. De werkgroep Fiscaal Correct deed vorig jaar onderzoek naar de meest aanvaardbare belastingdruk. Van alle ondervraagden vond 84% dat een belastingdruk van 40% de maximaal aanvaardbare belastingdruk is in de personenbelasting. En… laat dit nu net quasi exact de Divina Proportia zijn. Wie 100.000 euro bruto verdient zal na toepassing van het “goddelijk belastingtarief” berekend op basis van de Gulden Snede daar exact 61.804 euro netto aan overhouden en aldus een belastingdruk van 38,20% ondergaan.
 
Als het maatschappelijk wordt aanvaard dat een dergelijke belastingdruk een fiscaal ideaalbeeld benaderd, is  het dan niet aangewezen om deze belastingdruk als streefdoel te hanteren en voor alle belastingen een progressief tariefsysteem in te voeren op basis van de Gulden Snede? Hierbij zouden de schijven en de tarieven telkenmale met de factor 1,618 kunnen stijgen tot maximaal 40%. In de personenbelasting, de vennootschapsbelasting en de successierechten bijvoorbeeld zouden we dan progressieve tarieven kunnen hebben van 10%, 15%, 25% en 40% en ook de schijven van inkomen of vermogen volgens dezelfde verhouding kunnen opbouwen. 
 
Lijkt u dat vreemd of onrealistisch? De Vlaamse regering lijkt deze boodschap in ieder geval al voor een stuk te hebben begrepen bij de hervorming van de schenkbelasting op onroerend goed. Daar werd een progressief schijfsysteem ingevoerd waarbij de schijven elkaar opvolgen in een verhouding die de Gulden Snede zeer sterk benaderen… Nu de andere fiscale beleidsmaker nog overtuigen. A thing of beauty is a joy forever, its loveliness increases.