België: een fiscale politiestaat?

27/08/2012 | Fiscaal | Michel Maus
Afgelopen weekend rees er nogal wat commotie in fiscaal België ingevolge de persberichten in de krant De Tijd over een nieuwe Wet van 3 augustus 2012 waarbij aan de fiscus een wettelijk kader wordt gegeven voor de oprichting van een fiscale superdatabank. Met deze Wet krijgt de fiscus de bevoegdheid om alle beschikbare overheidsgegevens over belastingplichtigen centraliseren en voor fiscale doeleinden te gaan aanwenden. Meteen is dit één van de meest ingrijpende fiscale hervormingen van de laatste jaren. Deze hervorming werd echter op een drafje door het parlement gejaagd, zodat de Regering de nodige kritiek kon verwachten.
Op zich is het natuurlijk niet ongewoon dat fiscale wetten worden bekritiseerd, maar de kritiek kwam deze keer wel uit een onverwachte hoek. Niemand minder dan de Voorzitter van de Privacycommissie uitte scherpe kritiek aan het adres van de regering.  In de Wet van 3 augustus 2012 heeft de regering immers aan de belastingplichtigen het recht ontzegd om hun administratief dossier in te zien zolang het fiscaal onderzoek loopt. Dit was niet naar de zin van de Privacycommissie die daaromtrent de Regering negatief had geadviseerd omdat het verbod op inzage ingaat tegen de bepalingen van de Privacywet. Dit advies werd echter door de Regering en vervolgens door het parlement schromelijk genegeerd, reden waarom de Privacycommissie zo scherp heeft gereageerd.
 
Nochtans is deze kritiek volkomen terecht. Het inzagerecht van een administratief dossier is immers een fundamenteel recht dat niet alleen door de Privacywet wordt beschermd, maar ook door de Wet op de Openbaarheid van Bestuur en door het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het is dan ook volstrekt juridisch onaanvaardbaar dat men dit recht in om het even welk fiscaal dossier zonder enig onderscheid zou gaan frustreren. Dit is werkelijk ongezien en een pure kaakslag voor de rechtsbescherming. Zelfs in strafzaken hebben verdachten tijdens het gerechtelijk onderzoek via de Wet Franchimont de mogelijkheid om een inzage te vragen van hun dossier. Dit is nu in fiscale zaken niet langer meer mogelijk, wat toch zeer frappant is. Om het even populistisch uit te drukken, indien deze wet niet wordt geremedieerd dan zal Kim De Gelder in de huidige stand van zaken meer procedurele rechten hebben dan pakweg Karel De Gucht… Dit kan en mag toch onmogelijk de bedoeling van de Wetgever zijn. 
 
Vrij opvallend is ook dat de parlementairen bij de behandeling van de Wet van 3 augustus nogal amorf hebben gereageerd op het gebrek aan rechtsbescherming in het wetsvoorstel. Enkel Peter Dedecker (NV-A) en Gwendolyn Rutten (Open VLD) hebben wat opmerkingen geformuleerd over de minieme rechten van belastingplichtigen om hun dossier te mogen inkijken, maar veel indruk heeft dit allemaal niet gemaakt op de meerderheid. Dit kan ook niet anders aangezien de Wet van 3 augustus in nauwelijks 13 dagen door het parlement werd gejaagd. “Minute soup”-politiek, die alleen maar tot slechte wetgeving kan leiden.
 
Wie echter denkt dat de desinteresse voor de fiscale rechtsbescherming louter het gevolg is van deze “minute soup”-politiek wil ik meteen de illusie besparen. De huidige regering is immers niet aan zijn proefstuk toe. Ondertussen hebben tal van nieuwe fiscale maatregelen de revue gepasseerd waarbij telkens moet worden vastgesteld dat de regering nauwelijks oog heeft voor het aspect van de rechtsbescherming en de fundamentele rechten van de belastingplichtigen botweg negeert. Bij wijze van voorbeeld kan hierbij onder meer worden gedacht aan de recente discussies rond de invoering van de nieuwe anti-misbruikbepaling, de verstrenging van de toepassing van de aanslag op de geheime commissielonen en de invoering van het una via systeem. En ook de rechtspraak gaat stilaan deze kant op, getuige onder meer het recente vonnis van de rechtbank van Brussel die de fiscus toelaat om zonder rechterlijke machtiging een huiszoeking uit te voeren.
 
Dit is een zeer bedenkelijke evolutie die tot gevolg heeft dat België langzaam maar zeker aan het afglijden is naar een fiscale politiestaat. Bovendien is deze evolutie zeer gevaarlijk voor het functioneren van het fiscaal systeem. De regering beseft veel te weinig dat het negeren van de rechtsbescherming op termijn nefaste gevolgen zal hebben. Het is inderdaad hoog tijd voor een modernisering van het wettelijk kader rond de fiscale controle en de fraudebestrijding, maar hoe waardevol de meeste regeringsmaatregelen in essentie ook mogen zijn, indien men de rechtsbescherming blijft bruskeren, dan is het louter een kwestie van tijd vooraleer België door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Europees Hof voor Justitie zal worden veroordeeld voor de schending van fundamentele mensenrechten. Als dat gebeurt, dan schiet de regering in zijn eigen voet en worden meteen alle fiscale onderzoeken ondermijnt die op de nieuwe
maatregelen zijn gestoeld. Het wordt hoog tijd dat de regering het gevaar hiervan beseft. 
 
Checks and balances, that’s what it’s all about, my dear Steven, tenzij u een oorveeg van Europa wil.