Fraudebestrijding in België. L’union fait la force.

24/06/2013 | Fraude | Michel Maus
Woensdag 20 juni 2013. Het fraudenieuws. In Italië zijn de Italiaanse modeontwerpers Domenico Dolce en Stefano Gabbana door een rechtbank in Milaan veroordeeld tot een jaar en acht maanden cel wegens fiscale fraude. In Spanje raakte bekend dat topvoetballer Lionel Messi zich op 17 sepember 2013 voor de rechter in Barcelona moet verantwoorden voor fiscale fraude. In België werd een zware crimineel die de fiscus voor meer dan 10 miljoen euro heeft opgelicht met BTW-carrousels door de strafrechter schuldig bevonden, maar hij kreeg geen straf opgelegd, zelfs geen boete. Oeps, this must be Belgium.
Fraudelievend België werd inderdaad deze week in de pers opnieuw opgeschrikt door een controversieel arrest in een fraudezaak. Het Brusselse Hof van beroep oordeelde in een zaak van een miljoenenfraude dat het dossier door een schrijnend gebrek aan middelen en mensen bij justitie veel te lang had aangesleept ( 5 jaar ) waardoor een straf voor de crimineel niet meer gepast is. Het parket schreeuwde moord en brand en liet al horen dat de financiële criminaliteit door een gebrek aan middelen niet meer ernstig kan worden bestreden. Ze hebben gelijk zult u zeggen. Allicht wel, maar anderzijds moet men bij het parket nu ook weer niet te hoog van de toren blazen. Het zijn immers dezelfde parketmagistraten die de afgelopen jaren de zwaarste fraudezaken zoals de zaken Massive, Henco, Beaulieu, Inex en last but not least Omega Diamonds hebben afgehandeld met een minnelijke schikking.

De zaak van het Brusselse Hof van Beroep toont aan dat de fraudebestrijding nog steeds problematisch kan genoemd worden. En dat is toch bedenkelijk, want hebben we niet in 2009 een Parlementaire Onderzoekscommissie gehad om te onderzoeken waarom grote fiscale fraudedossiers in België altijd in de soep draaien. Inderdaad en deze Commissie heeft in 2009 ook een vuistdik rapport afgeleverd met 108 zeer concrete aanbevelingen om het systeem van de fraudebestrijding te optimaliseren, precies om de fiscus, politie en justitie toe te laten ook resultaten te boeken in de grote fraudezaken. Maar 4 jaar na deze Commissie kan enkel maar worden vastgesteld dat er van deze 108 aanbevelingen maar bitter weinig is gerealiseerd. Zo bijvoorbeeld is er nog geen sprake van een afzonderlijk fiscaal parket, zijn gespecialiseerde fiscale onderzoeksrechters nog onbestaande en is het voor het parket nog steeds zeer moeilijk om met de fiscus samen te werken aan fraudedossiers. Zonder deze maatregelen kan de fraudebestrijding niet optimaal functioneren en  het is evident dat dit voor een groot stuk op het conto van de politiek kan worden geschreven.

Anderzijds heeft men wel al werk gemaakt van een “una via”-benadering van de fraudebestrijding, die ondertussen wettelijk is verankerd. Una via betekent dat men bij het ontdekken van een fraudezaak, vrij vroeg in de procedure beslist wat men de zaak gaat doen, louter administratief afhandelen door de fiscus of effectief strafrechtelijk vervolgen door het parket. Deze una via-regel is er gekomen nadat de Parlementaire Onderzoekscommissie inderdaad had vastgesteld dat de beperkte middelen van justitie voor een flessenhalssyndroom hadden gezorgd in zaken van fiscale fraude. De bedoeling van het systeem is dan ook om beter te bepalen welke zaken wel en welke zaken niet strafrechtelijk moeten worden afgehandeld. Op zich is dat een goede zaak. Indien de middelen beperkt zijn, dan moet men ze ook oordeelkundig toepassen. Het is evident dat men dan in de eerste plaats moet focussen op de grote fraudedossiers. Prioriteiten stellen heet dat, maar blijkbaar heeft men dat bij justitie nog niet echt door.

Het probleem dat zich hierbij stelt is dat er momenteel geen fraudebeleid is om die prioriteiten aan te sturen. Dat is werkelijk wraakroepend. Wie lang genoeg in de praktijk zit, kan thans enkel maar vaststellen dat er zeer grote (regionale) verschillen bestaan in de aanpak van de fraude en dat leidt tot willekeur waarbij kleine en makkelijke fraudezaken wel effectief strafrechtelijk worden vervolgd en grote zaken niet worden vervolgd of worden afgehandeld met een minnelijke schikking. De wereld op zijn kop dus en dat leidt tot een walgelijke klassenjustitie.

Dit moet echt stoppen en er moet dringend werk worden gemaakt van een transparant en redelijk vervolgingsbeleid voor fiscale fraude. Dit is overigens niet zo moeilijk. In Nederland bijvoorbeeld heeft men duidelijke beleidslijnen uitgetekend voor het fiscaal vervolgingsbeleid aan de hand van een tripartite overleg tussen justitie, politie en fiscus. Dat systeem werkt uitstekend  De vraag is echter of ook de Belgische justitie daar rijp voor is. De ervaring van de diamantfraude in Antwerpen leert dat het voor een ijdel instituut als justitie dat stijf staat van de macht niet evident is om samen te werken en om inspraak te dulden bij het uittekenen van beleidslijnen voor de fraudebestrijding. Het is in ieder geval hoog tijd dat de politiek haar verantwoordelijkheid neemt en orde op zaken stelt.