Is wit het nieuwe zwart?

26/06/2013 | Fiscaal | Michel Maus
De afgelopen maanden werd er in de media uitvoerig bericht over allerlei initiatieven tot het bekomen van meer fiscale transparantie. Zo hebben zowel Ecofin als de G8 luidkeels verkondigd dat er een nood is aan meer internationale samenwerking om de strijd aan te gaan tegen de internationale belastingontduiking en –ontwijking. Tegen het einde van dit jaar worden dan ook ingrijpende maatregelen verwacht die zowel binnen en buiten Europa gegevensuitwisseling van bancaire gegevens mogelijk moeten maken. Dit is trouwens geen uitsluitend internationaal fenomeen. Ook bij ons heeft de regering Di Rupo ondertussen een paar ingrijpende maatregelen genomen die de fiscale privacy van de burgers substantieel doen afbrokkelen. We kunnen hierbij bijvoorbeeld denken aan de afschaffing van het Belgische bankgeheim en aan de huidige aangifteverplichting voor de buitenlandse spaarverzekeringen. De tendens naar meer fiscale transparantie is niet nieuw en wordt sterk gevoed door de budgettaire problematiek veroorzaakt door de economische crisis.
Voor de start van deze omwenteling moeten we terug gaan naar de G20-top van 3 april 2009 in Londen. Op deze topconferentie heeft de OESO een zwarte en een grijze lijst gepubliceerd van “belastingparadijzen” dwz van landen die niet bereid waren om met andere landen bankgegevens te wisselen voor fiscale doeleinden. Het stigmatiserende effect van deze “name and shame”-techniek van de OESO is werkelijk ongekend en heeft een sneeuwbal in beweging gezet die tot op vandaag van de berg blijft donderen. Sinds deze G20-top is de internationale gemeenschap massaal wakker geschud en worden er overal ter wereld akkoorden gesloten om internationaal te gaan samenwerken. Zo heeft België bijvoorbeeld sinds 2009 met 42 landen verdragen afgesloten waarbij de gegevensuitwisseling van bankgegevens is voorzien.
 
Het is dan ook duidelijk dat er sinds 2009 sprake is van een ware fiscale revolutie zodat kan worden gezegd dat het tijdperk van de fiscale transparantie stilaan is ingetreden. Met het zichtbaar maken van vermogen, wordt vermogen ook tastbaar en alles wat tastbaar is, wordt ook belastbaar voor de overheid. Bovendien betekent de toenemende zichtbaarheid van vermogen ook slecht nieuws voor de zwart- en de grijsspaarder. En ook op dit aspect heeft de Regering Di Rupo ondertussen ingespeeld. Op 27 juni 2013 werd immers in het parlement een nieuwe fiscale regularisatiewetgeving goedgekeurd die zal lopen van 15 juli tot en met 31 december 2013. Het is uiteraard de bedoeling dat zoveel mogelijk mensen van dit regularisatie-systeem zouden gebruik maken.
 
Het moet gezegd op een paar punten na is de wetgeving vrij goed geregeld en biedt zij mooie perspectieven voor de berouwvolle belastingzondaar. Voor de fraude die niet fiscaal is verjaard, dwz niet ouder is dan 7 jaar voor Inkomstenbelasting en BTW en niet ouder is dan 10 jaar en 5 maanden voor successierechten, voorziet de wet dat men deze fraude kan regulariseren door eenvoudig het normaal verschuldigde belastingtarief te betalen. Op dit tarief wordt dan wel een tariefverhoging als boete toegepast van 15% voor gewone fraude en van 20% voor ernstige fraude. Voor de fraude die reeds fiscaal is verjaard werd voorzien in een uniform van tarief van 35% op het te regulariseren kapitaal. Dit tarief van 35% dekt dan alle mogelijke belastingschulden, hetgeen mooie voordelen kan opleveren indien men bijvoorbeeld rekening houdt dat de tarieven in de personenbelasting oplopen tot 50% en de tarieven in de successierechten in Vlaanderen tot 65% en in Brussel en Wallonië zelfs tot 80%.
 
Hoewel de regeling op zich positief lijkt, is het zeker niet zo dat er geen problemen te verwachten zijn. Voornamelijk de Raad van State had nogal wat fundamentele opmerkingen die echter door de wetgever schromelijk werden genegeerd. Zo heeft Raad van State een fundamenteel probleem met het feit dat een federale wet ook de regularisatie regelt van registratie- en successierechten. De Raad van State is van mening dat regularisatie van gewestbelastingen een bevoegdheid van de gewesten is. Een tweede fundamenteel probleem volgens de Raad van State is dat de regeling discriminerend zou werken, omdat de regeling voor de niet verjaarde fraude een duidelijk onderscheid maakt tussen gewone en ‘ernstige’ fraude, maar datzelfde onderscheid niet meer maakt voor de verjaarde fraude. De regering lag in ieder geval niet wakker van deze kritieken en de huidige stormloop naar de Contactpunt Regularisaties laat nu reeds vermoeden dat de regularisatie een groot budgettair succes zal zijn.