Intaxicatie

29/04/2014 | Fiscaal | Michel Maus
Zoals elk jaar publiceerde OESO opnieuw zijn “Taxing wages”-rapport, waarbij de (para)fiscale druk op arbeidsinkomsten in de OESO-landen wordt gemeten. Uit het rapport is opnieuw gebleken dat de belasting op arbeid in België de hoogste is van de 34 OESO-lidstaten. Traditioneel scoorde België in quasi alle door de OESO onderzochte scenario’s zeer slecht. Enkel voor een gezin met twee kinderen waarvan één ouder werkt (belastingdruk van 41 procent) en een eenoudergezin met twee kinderen (druk van 36,4 procent) moet ons land Frankrijk en Griekenland voor laten gaan. Enig lichtpuntje is wel dat de belastingdruk in 2013 licht is gedaald en dit in tegenstelling tot 21 OESO-landen waar de druk wel is gestegen. De daling van de belastingdruk in België is echter verwaarloosbaar en zeker niet significant genoeg om ook te zakken op de ranglijst.
In vergelijking met 2012 steeg de belastingdruk in de OESO-landen in 2013 gemiddeld met 0,2 procentpunten om aldus te eindigen op 35,9 procent. In België daalde de belastingdruk dan weer gemiddeld met 0,2 procentpunten, maar zoals gezegd veranderd dit niets aan de krankzinnig hoge belastingdruk op arbeid in ons land. Top of the bill in ons land zijn de eenverdieners met een gemiddeld loon en zonder kinderen. Voor hen “daalt” de belastingdruk van 56 procent tot 55,8 procent. De immer scherpe Kaat Vanseer van het statistisch onderzoeksbureau De Cijferij liet in dit verband op Twitter weten dat in ons land “de echte miserietaks wordt betaald door een alleenstaande zonder kinderen”… De nagel pal op de kop. Het is inderdaad opvallend dat kinderlast in ons land toch wel voor een daling van de belastingdruk zorgt. Voor de eenverdieners en gezinnen met twee kinderen staat België met een belastingdruk van 41 procent op plaats drie na Griekenland (44,5 procent) en Frankrijk (41,6 procent), maar dat is nog steeds mijlenver van het OESO-gemiddelde van 26,4 procent.
 
Waarom wij een dergelijk hoge belastingdruk op arbeid jaar na jaar maar blijven aanvaarden is mij nog steeds een raadsel. Ook de politiek beseft dat. In de nasleep van het OESO-rapport zijn de politici er weer als de kippen bij om te argumenteren dat de lasten op arbeid te hoog zijn en dat de volgende regering daar een prioriteit van moet maken. Het probleem is dat de politici diezelfde boodschap nu al jaren verkondigen maar als puntje bij paaltje komt, maar blijven vasthouden aan het overbelasten van arbeid.
 
De reden hiervoor heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat het verlagen van de arbeidsfiscaliteit noodzakelijkerwijs gepaard moet gaan met fiscale compensaties. De belastingdruk moet met andere woorden worden verschoven van arbeid naar iets anders en hier lopen de politieke meningen uiteen.
De meest voor de hand liggende piste hierbij is het verschuiving van de belasting op inkomen uit arbeid naar inkomen uit vermogen, maar dat is weinig populair. De tegenstanders van deze vorm van tax shift gebruiken steevast het argument dat vermogen werd opgebouwd met arbeidsinkomsten die reeds zeer zwaar werden belast, zodat het not done is om dan ook nog eens de inkomsten uit dat vermogen zwaar te gaan belasten.
 
Voor een stuk kan worden meegegaan in deze redenering, maar wat als we deze manier van denken nu eens zouden omdraaien. Is het niet meer logisch om de belastingdruk op arbeid te verlagen en aldus te zorgen voor meer koopkracht. Deze koopkracht zou dan de belastingplichtigen toelaten om vermogen op te bouwen en ter compensatie kunnen de reële inkomsten uit dat vermogen dan zwaarder worden belast. Hierbij kan worden gedacht aan het belasten van meerwaarden op aandelen, van de werkelijke huurinkomsten in plaats van het kadastraal inkomen, van een zekere vorm van fiscale progressiviteit bij het belasten van dividenden en interesten. Mij lijkt dat in ieder geval een betere piste te zijn. Door nu van meet af aan arbeid overmate zwaar te gaan belasten sluit de overheid de weg af naar het verkrijgen van vermogen en dat zal op langere termijn nefaste gevolgen hebben. Indien de regering echter werk maakt van de verlaging van de belastingdruk op arbeid dan kan dit enkel resulteren in een verhoogde koopkracht die dan onmiskenbaar tot een verhoogde vermogensopbouw zal leiden. Dit is ook zeer belangrijk in het kader van de pensioenproblematiek. De belangrijkste garantie voor een zorgeloze oude dag is het hebben van vermogen en dat is met een dergelijke krankzinnige belastingdruk op arbeid zeer moeilijk geworden. Het is dan ook de hoogste tijd om hierin verandering te brengen en echt werk te maken van de grootschalige fiscale hervorming waar de maatschappij en de economie nu reeds zo lang op zitten te wachten.