Het vergiftigd fiscaal geschenk voor de beste leerling van de fraudeklas.

25/09/2013 | Fiscaal | Michel Maus
Afgelopen dinsdag werd door minister Geens en staatssecretaris Crombez in de kamercommissie Sociale Zaken een wetsontwerp voorgesteld dat moet resulteren in een nieuw sociaal en fiscaal regime voor gelegenheidsarbeid in de horeca. Het ontwerp heeft tot doel te voorzien in ondersteuningsmaatregelen in de horeca, duidelijk ter compensatie van de in de sector zo vervloekte geregistreerde kassasystemen. De invoering van de zogenaamde “black box kassa” vangt geleidelijk aan vanaf 1 januari 2014 en tegen eind 2015 moet de implementatie afgerond zijn bij alle zaken die daartoe verplicht zijn.
In ruil voor deze kassaverplichting heeft de regering in het horecaplan dat zij in juli goedkeurde, beslist om in maatregelen voorzien om de pil voor de sector wat te verzachten door ten laatste in het najaar van 2013 te voorzien in een lastenverlaging voor gelegenheidsarbeid. Met deze maatregel, die tot doel heeft om het zwartwerk in de sector verder tegen te gaan, zal de regering ook voor de horecasector een aangepast sociaal en fiscaal statuut voor gelegenheidsarbeid invoeren. Hierdoor zal de loonkost voor de werkgever verlagen en het netto-inkomen voor het personeelslid stijgen. Op 26 juli 2013 diende de regering in dit verband een wetsontwerp in de Kamer dat nu in de in de kamercommissie Sociale Zaken werd besproken.
 
In feite is het ontwerp van de regeling vrij eenvoudig. De regering heeft louter beslist om arbeidsinkomsten uit gelegenheidsarbeid in de horeca afzonderlijk te gaan belasten aan een vast tarief van 33%, in plaats van aan het progressief tarief dat kan oplopen tot 50%. Onder gelegenheidsarbeid wordt dan verstaan prestaties geleverd tijdens maximaal 50 dagen per jaar aan gelegenheidswerknemers. Deze lastenverlaging zal samen met een vermindering van sociale bijdragen voor vaste contracten in de loop van het vierde kwartaal 2013 van toepassing worden. Voor de bedrijfsvoorheffing zal het afzonderlijk tarief voor de gelegenheidsarbeid in werking treden ten laatste vanaf 1 november 2013.
 
Op het eerste zicht lijkt het vrij nobel te zijn dat de regering compensatiemaatregelen neemt voor de horeca in ruil voor meer medewerking aan het witten van de sector. Wie echter de zaken wat van naderbij gaat bekijken kan echter enkel maar opnieuw vaststellen dat we opnieuw te maken hebben met een draak van een fiscale wetgeving waar niemand mee gebaat is.
 
De regering gaat er vooreerst aan voorbij dat de regeling nefast is voor het echte gelegenheidswerk van bijvoorbeeld jobstudenten. Voor deze categorie van laagverdieners is een vast tarief van 33% een pure overbelasting aangezien zij bij een normale belastingheffing volgens het progressief tarief meestal niet aan een gemiddelde belastingheffing van 33% raken. Dit probleem wordt schijnbaar opgevangen door het feit dat het progressief tarief zal worden toegepast indien dat voor de gelegenheidswerknemer voordeliger is dan het vast tarief van 33%. Op die manier probeert ment ervoor te zorgen dat de gelegenheidswerknemer niet benadeeld gaat worden door het afzonderlijk tarief van 33%. Wat men er echter wel vergeet bij te vertellen is dat deze correctie pas plaatsvindt bij de belastingberekening en dat gebeurt meestal pas een jaar later. Laagverdieners zullen dus onmiddellijk 33% voorheffing van hun loon zien afgaan en pas vele maanden later hun overbelasting recupereren.  En dat komt dan weer neer op een renteloze lening in het voordeel van de schatkist.

Anders is het gesteld met de gelegenheidswerknemers die boven op hun normale job bijvoorbeeld in het weekend een “officieel” centje willen bijverdienen in de horeca. Volgens een blijkbaar algemeen aanvaarde stelling in de horeca is het voor deze categorie personeel blijkbaar onbegonnen werk om hun verloning volledig officieel te laten verlopen. Een normale belastingheffing van deze extra verloning in de horeca zou blijkbaar tot gevolg hebben dat het voor velen onaantrekkelijk zijn om nog na hun uren of in het weekend bij te gaan klussen in de horeca. Om ervoor te zorgen dat deze vorm van arbeid wel nog aantrekkelijk zou zijn is een apart vast tarief van 33% voor het “gelegenheidsloon” volgens de regering de ideale oplossing.  Voor deze categorie moeten we echter vaststellen dat een vast tarief van 33% daadwerkelijk een fiscaal gunsttarief is. Wie normaal gaat werken zit al vrij vlug aan een marginaal fiscaal tarief van 40 of 45% zitten. Als men dan kan gaan bijklussen  aan een fiscale druk van 33%, tja dan doet men echt wel een voordeel.  En dat doet uiteraard fundamentele vragen rijzen naar de gelijke behandeling van de belastingplichtigen, en zet opnieuw de deur open voor heel wat fiscale frustraties.
 
De vraag is dan ook wie er nu met deze regeling gediend is? De bottom line is ieder geval dat door deze nieuwe regeling laagverdieners overbelast gaan worden, en werkende bijklussers onderbelast gaan worden. En dat kan nu toch echt niet de bedoeling zijn. De beste leerling van de fraudeklas verdient beter, maar ja goede wetgeving wordt beter niet op café geschreven.