Het tussentijdse schoolrapport van de regering voor de fraudebestrijding

05/09/2013 | Fiscaal | Michel Maus
België en zijn zwarte economie. Het is geen goed huwelijk, nooit geweest. Toch laten de laatste statistieken enig optimisme toe. In vijf jaar tijd is de zwarte economie in België immers met 1,1 procentpunt gedaald, tot 16,4% van het BBP.
De zwarte economie in België is altijd vrij omvangrijk geweest. We hebben nu eenmaal een reputatie te verdedigen. Toch mogen we voorzichtig optimistisch zijn. Uit nieuwe cijfers van de internationaal gerenommeerde fraudespecialist Professor Friedrich Schneider blijkt dat de zwarte economie in een dalende lijn zit. Uit het rapport dat Professor Schneider blijkt dat de zwarte economie in Belgie voor 2013 goed is voor 16,4% van het BBP. Dit is 1,1 procentpunt lager dan in 2008 toen België kon afklokken op 17,5%.
 
Dit is op het eerste zicht uiteraard positief nieuws voor de regering die eindelijk wat resultaat kan zien van haar fraudebeleid. Wie echter de cijfers wat van naderbij bekijkt moet echter toch heel wat bedenkingen maken.
 
Vooreerst moet ook worden meegegeven dat de daling van de zwarte economie geen alleenstaand feit is. In de volledige EU is de zwarte economie op 5 jaar tijd met 0,9 procentpunt gedaald. België doet het wel iets beter dan het Europees gemiddelde maar wel slechter dan bijvoorbeeld Frankrijk en Duitsland die hun zwarte economie in die periode met 1,2 procentpunt zag krimpen.
 
Daarnaast blijkt tevens dat België ter plaatse blijft trappelen op de ranglijst van de zwarte economie van de klassieke Europese landen. België blijft met een zwarte economie van 16,4% van het BBP in 2013 op de vijfde plaats staan na Griekenland ( 23,6% ), Italië ( 21,1% ), Portugal ( 19% ) en Spanje ( 18,6% ). Hiermee doet België het merkelijk slechter dan de directe buurlanden Nederland ( 9,1% ), Frankrijk (9,9% ) en Duitsland ( 13% ). Dit niveau van de buurlanden halen moet eigenlijk het objectief van de regering zijn.
 
Indien we thans een stand van zaken moeten maken van het fraudebeleid van de Regering Di Rupo, dan valt toch wel een en ander op zowel in positieve zin als in negatieve zin.
 
Akkoord er is thans voor het eerst een echt fraudebeleid en verschillende maatregelen hebben hun effect niet gemist. De teller van de fiscale regularisatie staat momenteel op 830 miljoen euro, wat enerzijds een fenomenaal bedrag is, maar anderzijds ook de waarde van onze volksaard aantoont. Ook de afschaffing van het bankgeheim en de inperking van het gebruik van cash geld in bepaalde sectoren van de economie zijn het vermelden waard.
 
Anderzijds is er nog een zeer lange weg te gaan om de zwarte economie in ons land terug te dringen tot 9 à 10%% van het BBP zoals dat het geval is in Nederland en Frankrijk. Hiervoor zijn echt ingrijpende maatregelen nodig en hiervoor ontbreekt de politieke moed bij de regering. Het kleinste kind weet ondertussen dat een deugdelijke fraudebestrijding valt of staat met fiscale transparantie. Indien inkomen en vermogen fiscaal transparant wordt gemaakt, kan er ook efficiënt worden gecontroleerd.
 
Het valt thans op dat de Regering zich haast om zich aan te sluiten bij de internationale initiatieven van de OESO, de EU en de G20 om in hoofdzaak buitenlands vermogen transparant te maken. Dat lijkt allemaal positief, maar in feite is het hypocriet. Wanneer het er echter op aankomt om binnenlands vermogen transparant te maken, dan is het plotseling een ander verhaal. Zo moeten we bijvoorbeeld vaststellen dat enkel hun buitenlandse bankrekeningen en spaarverzekeringen aan de fiscus moeten declareren. Wat er op binnenlandse bankrekeningen en spaarverzekeringen gebeurt blijft zo voor de fiscus verborgen zodat de regering eigenlijk fraude met binnenlandse bankrekeningen en binnenlandse spaarverzekeringen tolereert. Fiscaal protectionisme met wat slagroom en een kers heet dat.
 
Ook de houding van de regering ten aanzien van het gebruik van de fameuze minnelijke schikking in fiscale strafzaken toont aan dat de fraudebestrijding in ons land nog lang niet op niveau zit. Het fiscaal schandaal in de zaak Omega Diamonds waar het parket een minnelijke schikking van 120 miljoen euro heeft aanvaard, zal nog jaren blijven nazinderen in fiscaal België. Dat de toepassing van de minnelijke schikking tot de verantwoordelijkheid van het parket behoort is allicht correct,  maar het is en blijft een feit dat de regering niet ingrijpt en het Openbaar Ministerie ter verantwoording roept. De regering gaat er zelfs prat op gaat dat de Schatkist op die manier vrij vlug aan een massa centen kan raken. Dat dit fiscaal quick pick-beleid de deur openzet voor willekeur en klassenjustitie gaat er blijkbaar echt niet in.
 
De regering zou op het vlak van de fraudebestrijding dan ook beter nog eens in de leer gaan bij Macchiavelli. Die had reeds 500 jaar geleden door dat de legitimiteit van een regering in belangrijke mate wordt bepaald door de wijze waarop zij met belastingen omgaat. Zolang de regering niet inziet dat ook de fraudebestrijding rechtvaardig moet zijn, zal zij blijven kampen met een gebrek aan vertrouwen van de bevolking en zullen de burgers de in hun ogen onrechtvaardige belastingregels blijven overtreden.