Fraudebestrijding en loonkost

03/05/2013 | Fraude | Michel Maus
Op de jaarlijkse 1-mei toespraken werd dit jaar door de socialistische beweging sterk de nadruk gelegd op de successen van de strijd tegen de fiscale en de sociale fraude. Daar waar de fraudebestrijding tot voor kort diende om de gaten in het budgettair behang te plamuren, is de fraudebestrijding nu blijkbaar verworden tot een cruciale factor in de zoektocht naar middelen om de absurd hoge loonkost te verlagen. Het moet gezegd Staatssecretaris John Crombez verdient de nodige lof voor zijn beleid dat weliswaar ingrijpend is maar wel budgettair succesvol zal zijn. Op zich is dat goed nieuws want een performante aanpak van de fiscale en de sociale fraude dient echt wel prioritair te zijn in een rechtstaat die naam waardig. Maar waar wel de nodige bedenkingen moeten worden gemaakt is de stelling van de socialistische beweging dat de opbrengst van de fraudebestrijding kan worden gebruikt om de loonlasten te verlagen in de sectoren waar de productiviteit en toegevoegde waarde laag liggen en in sectoren die met zware internationale concurrentie kampen. Ongetwijfeld worden hier de horeca, de bouw en de transportsector bedoeld.
Vooreerst lijkt deze stelling momenteel budgettair niet te kloppen want de opbrengsten van de strijd tegen de fraude staan al in de huidige begroting ingeschreven en kunnen bijgevolg niet dienen voor de zo fel verhoopte verlaging van de loonlasten.
 
Vervolgens kunnen ook vragen worden gesteld bij de ondersteuning van de horeca, de bouw en de transportsector. Akkoord deze arbeidsintensieve sectoren gaan inderdaad gebukt onder de zware loonlast, maar zij zijn ook wel de sectoren waar de zwarte economie welig tiert. Door eerst in deze sectoren de loonkost te verlagen, gaat men eigenlijk de slechtste leerlingen van de klas gaan belonen. Dit zal allicht niet goed vallen bij de andere sectoren van onze economie waar de loonkosten even zwaar wegen.
 
Tot slot moet men ook rekening houden met het feit dat de opbrengsten van de fraude grotendeels one shot-inkomsten zijn voor de overheid, daar waar een structurele verlaging van de loonkost ook structurele inkomsten vraagt. Het gebruiken van de opbrengst van de fraude als middel om een loonkostverlaging te financieren is dan ook wat utopisch, tenzij de overheid natuurlijk hoopt dat de fraude op hetzelfde niveau blijft als vandaag.
 
Het is dan ook duidelijk dat de opbrengst van de fraudebestrijding weliswaar welgekomen inkomsten voor de overheid zijn, maar nooit een globale loonlastenverlaging kan gaan ondersteunen. Indien de overheid een echte loonlastenverlaging wil doorvoeren, dan moet de overheid in de eerste plaats zorgen voor een globale verandering van de Belgische belastingmentaliteit. Het is pas als de overheid er in slaagt om een spontane groei van de belastinginkomsten te bewerkstelligen dat een lastenverlaging structureel kan worden gefinancierd.  Om dit doel te bereiken is een fiscale revolutie nodig en dient het huidig fiscaal systeem grondig te worden hervormd.
 
In dit verband springt ongetwijfeld de ongelijke verdeling van de belastingdruk in het oog, als  een van de belangrijkste oorzaken van de fiscale fraude. Onder invloed van de lobbyfiscalisten heeft de overheid de afgelopen decennia een fiscaal systeem gecreëerd dat bol staat van de fiscale ongelijkheden. Deze vaststelling is uitermate nefast voor het vertrouwen tussen de belastingplichtige en de overheid. Het credo is vrij simpel, de belastingverlaging van de ene is de belastingverhoging van de andere. Dit betekent dat indien de overheid fiscale privileges toekent aan de ene belastingplichtige, de andere het gelag moet betalen. Indien fiscale gunstmaatregelen redelijk en socio-economisch verantwoord zijn, dan worden die door de bevolking aanvaard. Maar indien de fiscale gunstregimes daarentegen duidelijk tot doel hebben bepaalde categorieën van belastingplichtigen te bevoordelen, dan leidt dit tot frustratie en fiscaal grensoverschrijdend gedrag.
 
Indien de overheid de fraudegraad wil doen dalen en de fiscale burgerzin wil aanscherpen, dan moet zij er in de eerste plaats voor zorgen dat de fiscaliteit terug rechtvaardig wordt. Dit vraagt politieke moed want de overheid zal hiervoor een aantal heilige huisjes moeten doen sneuvelen, en de vraag is of de regering deze stap durft te zetten. De overheid heeft ondertussen tot scha en schande moeten vaststellen dat zij aan bepaalde machtige lobby’s fiscale privileges heeft toegekend die vervolgens schaamteloos maatschappelijk worden misbruikt. De fiscale truuken van Arcelor Mittal met de notionele interestaftrek zijn gekend maar hebben het bedrijf ondanks zijn fiscale miljardenwinst er niet van weerhouden om de werkgelegenheid in Luik drastisch terug te schroeven. En wat te denken van het bedrijf Alexion dat als farma-bedrijf geniet van een vrijstelling  van 80% op de octrooi-inkomsten op hun medicijnen, maar ondanks deze fiscale cadeau van de maatschappij weigert een prijsverlaging van 3,69 procent te aanvaarden in het dossier van de kleine Victor.
 
Het is dan ook duidelijk dat de overheid dergelijke wantoestanden niet langer kan en mag aanvaarden. Indien de overheid de fraude wil inperken, dan moet zij zorgen voor aanvaardbare en gelijke belastingdruk zodat iedereen rijk of arm, groot of klein, zijn bijdrage levert aan de financiering van de verzorgingsstaat. Zonder een dergelijke engagement van de overheid zal de fiscale frustratie een blijvend onderdeel vormen van het socio-economisch weefsel en zijn de fiscale toekomstperspectieven vrij pover. Het publiek vertrouwen komt niet vanzelf, maar moet gewonnen worden. Dit geldt niet enkel voor de verkiezingen, maar ook voor de fiscaliteit.