Op weg naar een fluwelen fiscale revolutie?

06/11/2014 | Fiscaal | Michel Maus
Het Internationaal Consortium van Onderzoeksjournalisten (ICIJ) publiceerde gisteren het Luxemburg leaks-rapport. Uit het rapport is gebleken dat Luxemburg op bijna industriƫle schaal gunstige belastingakkoorden heeft afgesloten met tal van multinationals en vermogende particulieren. Ook heel wat families uit de Belgische haute finance en zelfs een Belgisch overheidsbedrijf (Belgacom) komen in het rapport voor.
Op zich vertelt het rapport niets nieuws. Wie een beetje gepokt en gemazeld is in de fiscaliteit weet maar al te goed hoe fiscaal wonderland functioneert. Het is nu eenmaal een feit dat multinationals en vermogende particulieren internationaal op zoek gaan naar de mazen in het fiscale net en op die manier proberen om hun belastingdruk tot het absolute minimum te herleiden. En in principe kun je dat hen ook niet kwalijk nemen. Fiscale gunstregimes bestaan nu eenmaal bij de gratie van de politieke overheid. En als de politiek de fiscale poort wagenwijd laat openstaan, waarom zou men dan geen gebruik maken van de bestaande fiscale opportuniteiten? Met de structuren uit het Luxemburg leaks-rapport is op zich dan ook juridisch helemaal niets verkeerd.
 
Maar het is natuurlijk wel een feit dat een dergelijk rapport de ogen opent en vragen doet rijzen naar het ethisch aspect van de fiscaliteit. Op dat vlak was de timing van het rapport wel perfect. Aan de vooravond van de “grote betoging” nog eens onderstrepen dat de budgettaire inspanningen door de regering ook een andere invulling hadden kunnen krijgen, het kan tellen qua signaal.
 
Het is dan ook hoog tijd dat we ons met zijn allen eens bezinnen over de toekomst van de fiscaliteit.  Kunnen we ons nu verder blijven wentelen in de filosofie dat alles wat fiscaal wettelijk is toegestaan per definitie ook ethisch is? Vanuit een individuele reflex is dat zeker zo, en een bedrijf als pakweg Belgacom moet inderdaad fiscaal niet heiliger zijn dan de paus. Maar in een meer globale context is dat toch enigszins anders. Wie de mogelijkheden heeft om zich fiscaal zo te organiseren dat zijn inkomen of zijn winst niet in België, maar elders veel fiscaal vriendelijker wordt belast, heeft meer dan een streepje voor op zijn medeburgers of zijn mede-ondernemers. En dat doet problemen rijzen van inkomens-ongelijkheid. De ene zijn belastingvermindering is immers de andere zijn belastingverhoging.  En de vraag is of we deze fiscale ongelijkheid nog langer moeten aanvaarden.
 
De politici, zowel van links als rechts, zijn nog niet echt wakker geschoten. Zij drinken nog steeds een glas, zij maken een plas en zij laten alles zoals het was. Het lijkt wel alsof zij het gevaar niet beseffen van het instandhouden van een door lobby’s gestuurd fiscaal apartheidsregime. Wat voor signaal geeft de Belgische regering immers aan de doosnee KMO wanneer zij met haar eigen overheidsbedrijven de fiscale vlucht naar Luxemburg neemt? Wat voor signaal krijgt de doorsnee werknemer wanneer die gebukt gaat onder een krankzinnig hoge belastingdruk op arbeid en een indexsprong moet slikken, maar op één en dezelfde dag vaststelt dat de rijkste Belgische families hun fiscale hebben en houden naar Luxemburg hebben verhuisd en een farmapaus een miljardendeal sluit quasi zonder belast te worden op de meerwaarden op zijn aandelen? Men zou voor minder op straat komen.
 
Hoe meer verhalen à la Luxemburg leaks de media halen, hoe meer het duidelijk wordt dat de belastingwereld wordt gedomineerd door een bevoorrechte economische klasse die voor zichzelf fiscale privileges kan afdwingen met goedkeuring van de politieke overheden. Dit doet mij hoe langer hoe meer denken aan de vooravond van de Franse revolutie. De Duitse filosoof Peter Sloterdijk stelde reeds dat het huzarenstuk is van de Westerse democratiën om de bevolking ondanks de fiscale ongelijkheid toch nog zo amorf te houden. Volgens Sloterdijk is het een kwestie van tijd vooraleer er een fiscaal rebellie zal ontstaan. Misschien heeft hij wel gelijk. Ook in 1789 was er een revolutie nodig om tot het besef te komen dat iedereen volgens zijn mogelijkheden aan de fiscaliteit moet bijdragen.