Fiscale autonomie. Ma non troppo.

28/02/2014 | Fiscaal | Michel Maus
Een van de speerpunten van de zesde staatshervorming is het toekennen van meer fiscale autonomie aan de gewesten. Vanaf 2014 verkrijgen de gewesten aldus de bevoegdheid om een aanvullende gewestelijke belasting te heffen op de federale personenbelasting. Deze nieuwe bevoegdheid komt er als compensatie voor het afschaffen van de gewestelijke dotatie van circa 14,3 miljard euro van de opbrengst de personenbelasting. In plaats van een dotatie krijgen de gewesten nu de bevoegdheid om zelfstandig een aanvullende belasting te heffen op de personenbelasting. Bij de vijfde staatshervorming hebben de gewesten reeds de bevoegdheid gekregen om bijvoorbeeld zelf de onroerende voorheffing, de verkeersbelasting en de registratierechten en successierechten te regelen. Daar komt nu ook nog de personenbelasting bij. Dze uitbreiding van de gewestelijke fiscale bevoegdheid moet volgens de regering aan de gewesten een belangrijke vorm van zelfstandigheid geven in het beheer van hun inkomsten.. Op termijn moet dit de gewesten toelaten om volledig fiscaal autonoom te worden. Dit is althans de politieke boodschap van het fiscaal luik van de staatshervorming. De vraag is echter of dit politieke verhaal ook in de realiteit zal kloppen.
Wie de verdeling van de fiscale bevoegdheden van onze staatsstructuur wat dieper analyseert moet eigenlijk tot de conclusie komen dat de vooropgestelde fiscale autonomie toch sterk moet worden genuanceerd. Zoals de kaarten nu op tafel liggen is er eigenlijk op heel wat vlakken sprake van een fiscale verlamming in plaats van fiscale autonomie. De verspreiding van de fiscale bevoegdheden heeft tot gevolg dat dat fiscale relancemaatregelen vaak onmogelijk worden en tevens dat de belastingdruk in ons land in een pervers evenwicht wordt gehouden en tevens.
 
Een paar voorbeelden kunnen dit duidelijk maken. In het kader van een economisch herselbeleid werd in Nederland een paar maanden terug voorzien in fiscale regeling waabij ouders tot 100.000 euro vrij van schenkingsrechten aan hun kinderen kunnen schenken op voorwaarde dat de gelden worden gebruikt voor de renovatie van onroerend goed. Dit is een valabel initiatief ter ondersteuning van de bouwsector en grotendeels budgettair neutraal voor de overheid. Wat de overheid mist aan schenkingsrechten wordt immers op korte termijn gecompenseerd door de hogere BTW-inkomsten uit de bouwsector. Een dergelijke maatregel is bij ons ondenkbaar. Indien een dergelijk systeem in België zou worden ingevoerd, dan moeten de gewesten immers afstand doen van gewestelijk schenkingsrechten ten voordele van hogere BTW-inkomsten, die uitsluitend ten goede komen van de federale staat.
 
Een ander voorbeeld sluit aan bij het hype debat over de loonfiscaliteit. De politieke partijen die pleiten voor een verlaging van de fiscale druk op arbeid, pleiten in de eerste plaats voor een lagere federale personenbelasting waarbij arbeid lager belast zou worden. Iedereen met wat economisch inzicht beseft dat dit pas mogelijk is met budgettaire compensaties, vandaar dat er gepleit wordt voor een 'tax shift' naar andere belastingen om het geheel budgettair in evenwicht te houden. Zo bijvoorbeeld pleitte CD&V om haar voorstel van een hoger belastingvrij minimum voor iedereen (kostprijs 3 miljard euro) te compenseren met een hogere consumptiebelasting en ecofiscaliteit. Ook de andere partijen hebben voorstellen in dezelfde richting. Op het eerste zicht lijkt dit een valabel voorstel, maar een lagere federale personenbelasting betekent sinds de zesde staatshervorming ook een lagere grondslag voor de toepassing van de aanvullende belasting van de gewesten en de gemeenten op deze personenbelasting.
 
Met andere woorden indien bijvoorbeeld het voorstel van CD&V het poltiek zou halen, dan gaan we inderdaad een lagere personenbelasting krijgen, die niet enkel op het federale niveau zal worden gecompenseerd met een “tax shift”, maar die ook op het regionale en het lokale niveau zal worden gecompenseerd. Indien de gewesten en de gemeenten immers evenveel inkomsten willen behouden, dan zullen zij geen andere keus hebben dan hogere aanvullende belastingen te gaan heffen op de federale personenbelasting. Dit zorgt natuurlijk voor een perverse hefboom waardoor de verlaging van de federale personenbelasting regionaal en lokaal wordt gecorrigeerd en eigenlijk wordt teniet gedaan. Indien men rekening houdt met de federale compensatie richting consumptie en ecologie zal dat allicht zelfs leiden tot een hogere globale belastingdruk.
 
Daarbij komt dan nog dat de regering in de Bijzondere Financieringswet ook nog eens heeft benadrukt dat de gewesten bij de uitoefening van hun fiscale autonomie,  federale loyaal moeten zijn en elkaar niet deloyaal fiscaal mogen beconcurreren.  Wat dat exact inhoud weet voorlopig niemand, maar feit is dat ook deze voorwaarden de fiscale bewegingsvrijheid van de gewesten sterk zal beknotten en tot interne conflicten aanleiding zal geven.
 
De hoera-stemming rond de fiscale staatshervorming is dus vrij bedenkelijk. Indien ons land echt opnieuw economisch op de kaart wil staan, dan is een diepgaande fiscale hervorming noodzakelijk met een substantiële verlaging van de belastingdruk en efficiënte fiscale relancemaatregelen. Met de huidige verdeling van de fiscale bevoegdheden in ons land, is dat quasi onmogelijk waardoor België opnieuw achter de feiten zal aanhollen. Laat dat ook een belangrijke les zijn voor 25 mei.