Filip Meert verdient een nieuw proces

08/11/2012 | Fraude | Michel Maus
J’accuse…Filip Meert. Enkele maanden terug verscheen het boek “De Bloedkamer”, geschreven door VRT-onderzoeksjournalist Wim Van den Eynde. In dit boek vertelt Wim Van den Eynde het hallucinante verhaal van Filip Meert, een Antwerpse ondernemer die eind jaren negentig tijdens de gsm-hype een bloeiende business had opgezet. Filip Meert kocht via zijn bedrijf Mr. Mobile toestellen van groothandelaars en verkocht ze aan de detailhandel. Onbewust werd zijn onderneming echter meegesleurd in een BTW-carrousel met gsm-toestellen. Filip Meert werd vervolgd voor deze BTW-fraude en op 18 september 2001 werd hij door het Hof van Beroep van Antwerpen veroordeeld tot vijf jaar cel, een geldboete van 12.500 euro en een verbeurdverklaring van om en bij de 6 miljoen euro, een ongezien zware straf voor een fiscaal misdrijf.
Opmerkelijk is dat Filip Meert altijd zijn onschuld is blijven uitschreeuwen. Ja, ja zult u denken, de gevangenis zit vol met onschuldigen. Dat dacht ik ook, maar na het lezen van “De bloedkamer” heb ik toch enkele dagen moeten bekomen. Uit het boek blijkt dat Filip Meert werd veroordeeld op grond van flinterdun bewijsmateriaal. Filip Meert werd veroordeeld op basis van een verklaring van één getuige, die door verschillende andere getuigen werd tegengesproken. Dit was echter voor de Antwerpse “bloedkamer” irrelevant. Ook het feit dat de waarachtigheid van de fameuze getuigenverklaring nooit echt werd onderzocht tijdens het onderzoek, was blijkbaar irrelevant. Filip Meert verbleef uiteindelijk 45 maanden in de cel. Hij kon vroeger vrijkomen, maar omdat hij weigerde schuld te bekennen heeft men hem 45 maanden lang vastgehouden. Wat het Hof heeft bezield om zo licht over dit dossier te gaan is mij een raadsel, maar ik krijg in ieder geval kippenvel als ik vaststel dat een gerechtelijke instantie op basis van een leugenachtige verklaring van een marginaal figuur iemand volledig ruïneert en voor vijf jaar de cel indraait.
 
Het is ondertussen een vaststaand feit dat het dossier van Filip Meert nooit echt ten gronde werd onderzocht. Dat is frappant, want ondertussen is duidelijk dat heel wat bedrijven tegen beter weten in een BTW-carrousel verzeild kunnen raken. Het gaat hierbij niet enkel om kleine zelfstandigen, want ook Fortis werd in 2011 onbewust betrokken in een BTW-fraude met CO²-emissierechten. Het feit dat dit gebeurt, is niet zo verwonderlijk.  Sinds het openen van de Europese binnengrenzen is het voor bedrijven mogelijk om zonder BTW te factureren wanneer zij goederen leveren aan een afnemer in een andere Europese Lidstaat. In dit geval moet de afnemer zijn BTW zelf betalen. Maar dat systeem is uitermate fraudegevoelig. Binnenlandse verkopen worden door fraudeurs voorgesteld als buitenlandse verkopen, die op die manier de BTW van hun klanten in hun eigen zak steken. Omgekeerd worden buitenlandse aankopen voorgesteld als binnenlandse aankopen zodat fraudeurs op die manier onrechtmatig BTW van de fiscus kunnen recupereren. Indien frauduleuze bedrijven met elkaar gaan samenwerken en telkenmale dezelfde producten aan- en verkopen is er sprake van een BTW-carrousel. Om het circuit te verdoezelen gaan fraudeurs vaak in de ketting ook bonafide bedrijven inschakelen en aldus onbewust in de fraude worden meegesleurd.  
 
Mr Mobile, het bedrijf van Filip Meert was ook zo’n slachtoffer van een fraudecircuit. Hoewel Filip Meert zelf de fraude aan het licht heeft gebracht en hoewel hij zelf naar de fiscus was gestapt omdat hij begon te twijfelen aan de goede trouw van zijn handelspartners, werd hij niettemin ook strafrechtelijk vervolgd. Meer zelfs hij werd uiteindelijk veroordeeld als organisator van de BTW-fraude en op basis van het dossier is dit zeer bedenkelijk.
 
Ondertussen heeft ook de politiek gelukkig ingezien dat de afhandeling van de zaak van Filip Meert door de Antwerpse justitie een rechtstaat onwaardig is. De voormalige minister van Justitie Stefaan De Clerck heeft in juli 2011 gebruik gemaakt van zijn zogenaamd “positief injunctierecht” om aan het Hof van Cassatie een herziening te vragen van de veroordeling van Filip Meert. Dit is een hoogst uitzonderlijke procedure, die voor het laatst werd gebruikt om het
proces van de vermeende oorlogscollaboratrice Irma Laplasse te herzien.  Het Hof van Cassatie heeft ondertussen beslist dat de vraag tot herziening het dossier van Filip Meert ontvankelijk is. Het verzoek werd op 5 oktober 2012 behandeld door het Antwerpse Hof van Beroep dat  op 8 november 2011 zal oordelen of Filip Meert ook echt een nieuw proces krijgt. Dit is nota bene dus hetzelfde Hof dat hem reeds via een bedenkelijk arrest heeft veroordeeld.
 
Het zou Justitie sieren mocht zij toegeven dat de afhandeling van het dossier van Filip Meert niet strookt met de principes van de rechtstaat. Iedereen die wordt verdacht van een misdrijf heeft recht op een gedegen en kwaliteitsvol onderzoek waarbij zowel argumenten à charge, maar ook à décharge worden onderzocht. In de zaak van Filip Meert is er nooit een echt onderzoek à décharge geweest. Bij deze doe ik dan ook een warme oproep aan de raadsheren die thans over het dossier moeten oordelen: geef Filip Meert de kans om zich waardig te verdedigen in dit dossier en geef hem het eerlijk proces waar ieder van ons recht op heeft.
 
Op 13 januari 1898 publiceert Émile Zola de open brief “J'accuse” in het dagblad L'Aurore. In de brief, gericht aan de president van de Franse republiek, probeerde hij de onschuld aan te tonen van de joodse legerkapitein Alfred Dreyfus, die was beschuldigd van spionage voor het Duitse leger. Zijn veroordeling veroorzaakte veel opschudding en diverse personen hebben zich geëngageerd om hem vrij te krijgen. Op 12 juli 1906 werd Alfred Dreyfus uiteindelijk helemaal vrijgesproken van de hem ten laste gelegde aanklachten. Ik hoop voor Filip Meert hetzelfde.