Fair trade, fair tax

08/11/2014 | Michel Maus
Sinds de publicatie van de Luxembourg-leaks in de media is het weer volop koekenbak in fiscaal België. Voor- en tegenstanders van belastingontwijking mengen zich in het debat en ook de politiek is stilaan wakker aan het schieten. Premier Michel liet al weten dat de rulingpraktijken van de Luxemburgse fiscus onaanvaardbaar zijn. En ook Minister van Financiën Van Overtveldt liet al van zich horen. De Minister stelde dat het voor dit soort onethische constructies is dat de “kaaimantaks” zal worden ingevoerd. Met deze belasting wil men dan particulieren gaan belasten op de inkomsten van het vermogen dat zij in het buitenland hebben geparkeerd in pakweg een trust of een stichting.
Maar wie echter denkt dat de “kaaimantaks” het probleem zal oplossen is naiëf. Om te beginnen zal de belasting enkel maar van toepassing zijn op particulieren en niet op de multinationale ondernemingen. Bovendien zal de Kaaimantaks vrij vlug op de muur van de dubbele belasting botsen. Immers de inkomsten van het vermogen zullen meestal reeds aan belastingheffing zijn onderworpen in het buitenland en onze dubbelbelastingverdragen stellen nu eenmaal dat een dubbele heffing is uitgesloten. De kaaimantaks zal dan ook verzanden in een tsunami van juridische procedures, maar soit.
 
Dit neemt niet echter wel niet weg dat er mogelijkheden zijn om de problematiek aan te pakken. Het is ondertussen voor iedereen duidelijk dat de strijd voor een billijker fiscaliteit zowel nationaal als internationaal moet worden gevoerd. Op nationaal vlak moet men de hand in eigen boezem steken en komaf maken met allerlei fiscale gunstregimes die vaak enkel het belang dienen van een gepriviligieerde sector. En op internationaal vlak moet men met een “coalition of the willing” de nodige druk kunnen leggen op de “non-willing”. Dit kan toch zo moeilijk niet zijn. Waarom bijvoorbeeld kan men op Europees niveau aan de lidstaten geen minimale belastingbarema’s opleggen? Op het vlak van BTW heeft men dat wel gedaan, dus waarom zou dat dan niet kunnen voor de inkomstenbelastingen? En ook de deloyale concurrentie tussen de EU-lidstaten kan men aankaarten door bijvoorbeeld het gebruik van pure brievenbusvennootschappen uit te sluiten, iets waarvoor Luxemburg maar ook Nederland met de vinger kunnen worden gewezen. En waarom zou de EU de lidstaten niet kunnen verplichten tot het aanvragen van een Europese ruling wanneer ze overwegen om een nieuw fiscaal gunstregime in te voeren? Kortom er zijn wel wat juridische mogelijkheden om het probleem aan te pakken, tenminste als de politieke wereld de stap wil zetten.
 
Maar los van dit juridisch geweld is de belangrijkste stap in de strijd tegen onredelijke belastingontwijking allicht de eis tot transparantie door onder meer bedrijven te verplichten om in hun jaarverslagen duidelijkheid te verstrekken over hun fiscale structuren en over de belastingen die ze wereldwijd betalen. Hoe meer er duidelijkheid komt over de excessen van fiscaal wonderland, hoe sterker de roep zal worden van de publieke opinie om de fiscaliteit te hervormen. En de kracht van de publieke opinie mag in dit verhaal niet worden onderschat. Vorig jaar hebben Starbucks, Google en Amazon dit in de UK aan de lijve mogen ondervinden. Deze multinationals werden publiekelijk aan de schandpaal genageld voor hun belastingstructuren en op een gegeven moment werden zelfs verschillende Starbucks-vestigingen gebarricadeerd door verbolgen Britse fiscale indignado’s. Het gevolg was wel dat deze bedrijven fiscaal hebben ingebonden en “vrijwillig” meer belasting zijn gaan betalen in de UK.
 
Het Britse voorbeeld toont aan dat er op internationaal vlak een soort van fiscaal chauvinisme is aan het ontstaan wat maakt dat internationale fiscale ontsnappingsroutes hoe langer hoe meer ter discussie staan. Zelfs in ondernemingsmiddens spreekt iemand als Karel van Eetvelt ondertussen over de oneerlijke concurrentie ten gevolge van de Luxemburgse ontsnappingsroutes.
 
De druk van de publieke opinie kan in dit debat een zeer belangrijker rol spelen. Indien internationaal opererende bedrijven niet wakker liggen van de fiscale démarches van de overheden wereldwijd, liggen ze misschien wel wakker van de consument. Net daarom is het misschien geen slecht idee om naast het fair trade-label ook werk te gaan maken van een fair tax-label. De consument die bewust gaat shoppen bij duurzaam ondernemende bedrijven, zal dit ook doen bij bedrijven die hun fiscale fare share betalen. Indien nu na Luxembourg-leaks bij Belgacom-klanten duidelijk wordt dat hun centen door Belgacom worden doorgesluisd naar fiscaalvriendelijke regimes, zou het wel eens kunnen dat de klanten het bedrijf de rug toekeren. En deze commerciële druk zal allicht veel meer indruk maken dan een Kaaimantaks.