En de middenklasser, hij boerde voort…

20/11/2012 | Fiscaal | Michel Maus
Afgelopen weekend, net op het moment dat de onderhandelingen over de begroting de eindfase ingingen, werd de blijde intrede van de Sint gevierd. Wie dacht dat een en ander met elkaar in verband zou staan kwam echter bedrogen uit. Dit bleek zeer duidelijk toen dinsdag witte begrotingsrook uit de Wetstraat opsteeg maar er allesbehalve sprake was van cadeau’s voor de hardwerkende en nochtans brave middenklasse.
Akkoord de regerig verdient alle lof omdat zij er in zijn geslaagd om het begrotingstekort binnen de perken te houden en hiermee de Europese begrotingseisen te respecteren, en akkoord de regering heeft de hand ook in eigen boezem gestoken en voor heel wat eigen besparingen gezorgd. Hiermee is echter alles gezegd. Indien we naar de inspanningen gaan kijken die van ons allen worden gevraagd om het gat in de begroting dicht te rijden, tja dan is het toch een ander verhaal. Het is bijna een klassieker, maar ook deze begroting is een knip- en plakwerk van het betere soort geworden, waar de sterkste lobby’s opnieuw het laken naar zich toe hebben kunnen trekken en waar de zwakste lobby’s het gelag mogen betalen.
 
Nochtans hebben ook de sterkste lobby’s weer heel wat kritiek op het begrotingswerk. ABVV-topman Rudy De Leeuw had het over een herstel- dan een relanceplan, dat te veel ingaat op de overdreven eisen van de werkgeversorganisaties en Karel Van Eetvelt stelde dan weer dat de maatregelen om de concurrentiekracht te versterken bijlange niet ver genoeg gaan. Begrijpelijke reacties maar toch ook bedenkelijk. Vooreerst hebben zowel de werkgevers als de werknemers duidelijk inspraak gehad in de begrotingsonderhandelingen en bovendien hebben zij ook kleine en grote succesjes behaald. De werkgevers zijn geslaagd in het verlagen van de arbeidskost dankzij de loonmatiging en de werknemers hebben hun verlaging van de fiscale en parafiscale kost voor de laagste inkomens beet. Goed onderhandeld zou ik zo zeggen.
 
Wie echter uit de boot is gevallen en in de zak van Zwarte Piet is beland, is de hardwerkende middenklasser. Hij heeft wel steen en been om te klagen, want hij moet blijkbaar van de regering boeten. Twee maatregelen springen hierbij in het oog, met name de loonmatiging en de verhoging van de roerende voorheffing die onmiskenbaar nefaste financiële gevolgen zal hebben.
 
Vooreerst de fameuze loonmatiging. Deze maatregel heeft tot gevolg dat de lonen minder snel zullen stijgen dan nu het geval is door de ontkoppeling van de index. Op die manier moet België in staat zijn om de loonhandicap met de buurlanden in goed zes jaar tijd wegwerken. Politici noemen dit waardig alternatief voor de indexsprong en een echter lastenverlaging. Dat men geen echte indexsprong heeft ingevoerd kan op het eerste zicht positief lijken, maar men heeft toch wel een hinkstapsprong  ingevoerd. Bovendien is het nogal cynisch om te spreken van een lastenverlaging aangezien het eigenlijk gaat om een loonverlaging. Dit maakt dat de lonen voor de werkgevers naar de toekomst minder snel zullen stijgen en zij hebben dus een loonkostverlaging binnen. Wie niets binnenhaalt en wij achter het net vist zijn dus de werknemers, diegene met de laagste lonen uitgezonderd. Door de loonmatiging gaan zij er onmiskenbaar op achteruit. Hun lonen gaan immers minder snel stijgen in vergelijking met de situatie vandaag en bovendien blijft hun belastingdruk blijkt op hetzelfde absurde peil behouden. Dit is een duidelijk aantasting van de koopkracht, zo veel is zeker en de vraag is of de economie hiermee zal zijn gediend.
 
Daarnaast is er ook de verhoging van de roerende voorheffing tot 25% op inkomsten uit obligaties en dividenden op aandelen. Ook dat is een bedenkelijke maatregel aangezien het tarief van de roerende voorheffing pas sinds begin dit jaar van 15% naar 21% werd opgetrokken en nu dus opnieuw wordt verhoogd. Ook hier is de vraag wie de last van deze belastingverhoging zal moeten dragen en opnieuw kan ik enkel maar concluderen dat dit opnieuw de middenklasser zal zijn met zijn bescheiden beleggingsportefeuille.
 
Het is dan ook pijnlijk om nogmaals te moeten vaststellen dat de regering in de zoektocht naar extra middelen zijn pijlen voornamelijk heeft gericht op de productieve laag van de bevolking en dit bovendien nog probeert te verkopen als een positief verhaal. De vraag is hoe lang dit nog kan doorgaan en welke maatregelen de regering bij de begrotingscontrole binnen een zestal maanden voor deze klasse van de bevolking opnieuw in petto zal hebben.