De nieuwe richtlijnen voor fiscale regularisaties

27/05/2015 | Fiscaal | Michel Maus
Een paar weken gelden raakte bekend dat de fiscus een uniforme regeling heeft uitgewerkt om berouwvolle belastingzondaars toe te laten hun licht- of donkerzwart vermogen te regulariseren. Op zich is dat wel verwonderlijk. Tot en met 2013 bestond er immers een wettelijke fiscale amnestieregeling en had de regering toen niet gezegd dat dit de laatste kans was voor fiscale zondaars om hun zonden af te kopen? Dat is zeker het geval, maar het was vrij naïef om te denken dat met het beëindigen van de wettelijke fiscale amnestieregeling er geen vraag meer zou zijn naar de mogelijkheid tot fiscale regularisatie. Natuurlijk zijn er nog steeds heel wat landgenoten die de stap naar de regularisatie niet hebben gezet en nu alsnog bij de fiscus komen aankloppen. En langzamerhand kunnen we zelfs opnieuw gaan spreken van een echte tendens.
En daar is een verklaring voor die we vooral moeten zoeken in een gewijzigde internationale mentaliteit op het vlak van belastingheffing. De afgelopen jaren is er immers binnen de internationale gemeenschap een sterke consensus ontstaan over automatische uitwisseling van bankgegevens met het oog op belastingheffing. En aangezien ondertussen ook landen zoals Luxemburg en Zwitserland te kennen hebben gegeven vanaf 2015 te willen meewerken met deze gegevensuitwisseling is het net zich langzaam maar zeker aan het sluiten. En dat hebben de zwart- en grijsspaarders ondertussen ook geweten. Onder internationale druk zijn Zwitserse en Luxemburgse banken een soort van offensief begonnen tegen het eigen cliënteel. Hierbij worden cliënten verzocht ofwel om de herkomst van hun kapitaal te verantwoorden, dan wel om een verklaring te ondertekenen waarbij ze machtiging geven aan de bank om hun bankgegevens aan buitenlandse belastingadministraties mee te delen. Indien op dit verzoek niet wordt ingegaan dan krijgen de klanten vriendelijk maar kordaat het verzoek andere oorden op te zoeken.
 
En ook dan is de lijdensweg van de fiscale zondaars niet ten einde. Wie er zou aan denken om zijn centen dan maar terug naar België te repatriëren zal snel van een kale reis thuis komen. De verstrengde witwasverplichtingen van de banken zorgt er immers voor dat de zwartspaarder dan met een nieuwe fiscale controleur wordt geconfronteerd, met name zijn eigen Belgische bankier. Wie met zwart of grijs kapitaal komt aankloppen bij een Belgische bank zal dat ondertussen geweten hebben. Wie de rechtmatige herkomst van zijn kapitaal niet kan verantwoorden komt in het beste geval bij de bank niet binnen, en maakt in het slechte geval het voorwerp uit van een witwasmelding van de bank aan de witwascel. De repatriëring van niet geregulariseerde of gedeeltelijke geregulariseerde kapitalen vormt aldus een ernstig juridisch risico voor de zwartspaarder.
 
De enige manier om aan deze catch 22 te ontsnappen is opnieuw de stap naar regularisatie zetten. Hier stelde zich dan het probleem dat dat er thans geen enkel wettelijk juridisch kader meer is om dit te doen. Tot voor kort kon de zwartspaarder enkel contact nemen met de fiscus en onderhandelingen opstarten, maar dat bleek een echte loterij te zijn bij gebrek aan uniforme richtlijnen.  Wie wou regulariseren wist wel waaraan hij begon maar weet geenszins waar hij ging eindigen. Bij gebrek aan wetgeving en  bij gebrek aan een gecoördineerd beleid was het willekeur troef en kon men zelfs gaan shoppen en op zoek gaan naar de goedkoopste regio om te regulariseren. En dat was uiteraard een kwalijke zaak.
 
Maar dat is nu rechtgezet met nieuwe interne instructies. Nadat de fiscus zijn eigen richtlijnen geheim wou houden werd de fiscus deze week onder druk van het parlement verplicht om duidelijkheid te geven over haar nieuwe richtlijnen voor fiscale regularisaties. Verassend zijn deze richtlijnen niet.
 
Wie naar de fiscus stapt met een verzoek tot regularsatie zal om te beginnen de herkomst van zijn kapitaal moeten verantwoorden. Indien de herkomst niet kan worden verantwoord zal de fiscus voor  reeds fiscaal verjaarde kapitalen voorzien in een belastingheffing als divers inkomen tegen het tarief van 33% en met een belastingverhoging van minstens 10%. Voor wat de niet verjaarde kapitalen betreft voorziet de instructie in een belastingheffing tegen de normale tarieven en een belastingen verhoging van respectievelijk 50% voor roerende inkomsten en diverse inkomsten en minstens 20% voor beroepsinkomsten en BTW. Voor wat successierechten betref voorziet de instructie in een overleg met de betrokken gewesten om het boetetarief te bepalen. Indien de belastingplichtige akkoord is met de berekening van de fiscus wordt de zaak in beginsel bij het strafrecht gehouden. Indien de belastingplichtige niet akkoord is, wordt het dossier ambtshalve overgezonden naar het parket en worden strafrechtelijke vervolgingen opgestart.
 
Dit zijn duidelijke richtlijnen zodat iedereen weer weet waar hij of zij aan toe is, en dat is een goede zaak. Ook wie fiscale boter op het hoofd heeft, heeft recht op een eerlijke en transparante behandeling door de fiscus.