De Godzilla-belasting is zo monsterlijk hoog dat we ze niet moeten vrezen

03/07/2012 | Fiscaal | Michel Maus
Vanaf 1 juli 2012 zal de fiscus zijn beleid over de toepassing van de aanslag op de geheime commissielonen in de vennootschapsbelasting verstrengen. Voortaan is de regel dat voordelen van alle aard die niet zijn opgenomen op fiscale fiches en die door de genieter niet tijdig in de aangifte in de personenbelasting werden aangegeven bij de uitkerende vennootschap zullen worden belast aan monsterlijk tarief van 309%. Een echte Godzilla-belasting dus. Deze heffing is niet nieuw en bestaat reeds jaren, maar voor 1 juli 2012 bestond er wel een gedoogbeleid. In de praktijk werd een niet aangegeven voordeel, ofwel gewoon opgenomen onder de verworpen uitgaven van de vennootschap, ofwel belast in de personenbelasting op naam van de genieter. Dit gedoogbeleid behoort voortaan tot het verleden. Elke kost waarvan het beroepsmatig karakter door de fiscus wordt betwist, kan voortaan worden belast à rato van 309%. In een circulaire van 16 december 2012 (nr. CiRH.421/605.074) heeft de fiscus wel een kleine opening gelaten om alsnog aan de monsterheffing te ontsnappen. In deze circulaire staat namelijk te lezen dat in de toekomst wel nog rekening zal worden gehouden met de goede trouw van de belastingplichtige, met het uitzonderlijke karakter van de niet-aangifte en met het relatieve belang van de fout van de belastingplichtige.
Iedereen in de fiscale praktijk is er nu reeds van overtuigd dat deze nieuwe regeling tot heel wat problemen aanleiding zal geven. Het al dan niet aanvaarden van de “goede trouw” van de belastingplichtige is immers een zeer subjectief gegeven en impliceert dat de belastingplichtige grotendeels afhangt van de goodwill en realiteitszin van zijn belastingcontroleur. Het is dan ook vrij duidelijk dat de aanslag op de geheime commissielonen voor de fiscus het drukkingsmiddel bij uitstek zal worden om de belastingplichtige tot toegevingen te dwingen. De belastingplichtige zal hoe langer hoe meer voor de keuze worden geplaatst om zich ofwel  akkoord te verklaren met het standpunt van de fiscus over de aftrekbaarheid van kosten, in welk geval hij als “ter goeder trouw” zal worden beschouwd, dan wel zich te verzetten tegen het standpunt van de fiscus, maar dan zal hij worden geconfronteerd met de toepassing van de aanslag op de geheime commissielonen. Los van de fiscale correctheid van de visie van de fiscus, zal de belastingplichtige vaak eieren voor zijn geld kiezen, gelet op de grote financiële implicaties van een discussie met de fiscus. Het is duidelijk dat de fiscale rechtsbedeling hiermee niet wordt gediend.
 
Het lijkt er hoe langer hoe meer op dat de overheid in het kader van de fiscale fraudebestrijding kiest voor een conflictmodel en volop gaat voor de confrontatie met het fiscale middenveld. De huidige regeling rond de aanslag op de geheime commissielonen, maar ook de nieuwe anti-misbruikbepaling zijn daar duidelijke voorbeelden van. De vraag is of dit wel een verstandige beslissing is. Het voeren van een beleid dat enkel maar aanleiding geeft tot conflicten zal enkel maar frustraties met zich meebrengen en geenszins leiden tot meer fiscale burgerzin, wel integendeel.
 
Bovendien zou de overheid wel eens van een kale fiscale reis kunnen thuiskomen indien hij voet bij stuk houdt op het vlak van de toepassing van de aanslag op de geheime commissielonen. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft in het arrest Ruotsalainen van 16 juni 2009 reeds erkend dat ook een belasting een strafsanctie kan zijn, die vervolgens moet kunnen worden aangepast in functie van de aard en de ernst van de  begane overtreding. Het is duidelijk dat dit ook opgaat voor wat betreft de aanslag op de geheime commissielonen. Deze belasting is zo monsterlijk hoog, dat niet kan worden ontkend dat het hier in wezen om een regelrechte strafsanctie gaat die moet kunnen worden gemoduleerd in functie van de overtreding. Het hof van beroep van Gent heeft deze visie reeds voorzichtig erkend door in een arrest van 14 oktober 2011 te stellen dat de aanslag op de geheime commissielonen voor 1/3 een strafsanctie is waarover een rechter met volle rechtsmacht kan oordelen.
 
Het is dan ook duidelijk dat het ongenuanceerd toepassen van een belasting van 309% op elke mogelijke inbreuk op de fiscale ficheverplichting elke redelijkheid mist en ingaat tegen elementaire mensenrechten. Indien de overheid dit niet inziet, dan is het louter een kwestie van tijd alvorens België door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.