De fiscologische voetafdruk

02/10/2014 | Fiscaal | Michel Maus
De afgelopen twee weken was de internationale roep voor een meer rechtvaardige fiscaliteit weer volop in de actualiteit. Nadat de OESO haar plannen bekend maakte om internationale belastingontwijking door multinationals tegen te gaan, pakte de Obama-administratie onmiddellijk uit met een actieplan om de fiscale delocalisering van Amerikaanse vennootschappen aan te pakken. Verder raakte ook bekend dat de Europese Commissie de fiscale overeenkomsten die Ierland, Luxemburg en Nederland hebben afgesloten met bekende multinationals zoals Apple, Fiat en Starbucks in het vizier gaat nemen en gaat onderzoeken of er hier geen sprake is van verboden staatsteun. En ook in eigen land was het weer fiscale koekenbak nu de discussie over de fameuze tax shift van arbeid naar een andere belastinggrondslag een echte splijtzwam lijkt te worden bij de regeringsvorming.
Al deze verhalen tonen aan dat de fiscale wereld blijkbaar op een kantelmoment is gekomen. De individuele reflex om zo veel als mogelijk te ontsnappen aan belastingheffing lijkt meer en meer plaats te moeten ruimen voor het collectief besef dat de ene zijn belastingvermindering tevens ook de andere zijn belastingverhoging is. Hoe meer de overheid fiscale gunstregimes creëert en fiscale loopholes tolereert, hoe hoger zij de lat van de belastingdruk moet leggen.  En als we ondertussen onze eigen fiscologische voetafdruk moeten berekenen dan blijken de Belgen toch vrij grote voeten te hebben.
 
De afgelopen 5 jaar is de gemiddelde belastingdruk in ons land gestegen van 43,6% tot 45,3% van het bruto binnenlands product. Hiermee moeten we in de Europese Unie thans enkel nog Denemarken laten voorgaan, wat op zich al vrij bedenkelijk is. Hèt probleem is echter dat deze belastingdruk een gemiddelde belastingdruk is. Enerzijds wil dat dus zeggen dat heel wat belastingplichtigen eigenlijk gebukt gaan onder een nog hogere belastingdruk. Anderzijds zijn er echter ook heel wat belastingplichtigen die er in slagen om hun belastingdruk tot ver onder dit niveau te brengen. En hiermee komen we bij één van de kernproblemen van ons fiscaal systeem, m.n. dat van de lobbyfiscaliteit. Onder druk van allerlei lobbygroepen hebben de regeringen van de afgelopen decennia voorzien in allerlei fiscale cadeau’s die echt een fiscaal verschil kunnen maken, althans voor diegenen die van de cadeau’s kunnen profiteren. Wie niet het geluk heeft om tot een van deze lobby’s te behoren moet het fiscale gelag betalen.
 
Top of the bill in België is nog steeds de belastingdruk op arbeid. Volgens de OESO diende de gemiddelde Belgische belastingplichtige in 2013 maar liefst 55,8% van zijn arbeidsinkomen af te staan aan de overheid. Met deze krankzinnig hoge belastingdruk staat België bovenaan in alle internationale rankings. Wie in België gaat werken is dus echt wel de fiscale pineut in vergelijking met belastingplichtigen die hun inkomen uit vermogen halen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat zowel de Europese Commissie als de OESO ons land ten stelligste hebben aangeraden om iets aan deze situatie te doen en een tax shift te organiseren van arbeid naar onder andere inkomen uit vermogen. Voornamelijk het gebrek aan een algemene meerwaardebelasting op aandelen en de onderbelasting van huurinkomsten wordt internationaal op de korrel genomen.
 
De fiscale scheeftrekking treft echter ook niet enkel particulieren. Ook bij de vennootschappen is de ongelijke verdeling van de belastingdruk een feit. Het weekblad Trends publiceerde in 2011 een artikel waaruit blijkt dat KMO’s een gemiddelde belastingdruk hebben van 21%, grotere ondernemingen 11,1% en multinationals nog geen 5%. Ook dat is niet zo verwonderlijk. Heel wat van de fiscale verworvenheden in de vennootschapsbelasting zijn op het lijf geschreven van de multinationals. De notionele interestaftrek en de 80%-vrijstelling voor octrooi-inkomsten zijn daar de mooiste voorbeelden van.
 
We kunnen dan ook gerust zeggen dat België eigenlijk een land van fiscale apartheid is geworden waarbij sommigen kunnen vegeteren in een gated community en anderen verkommeren in fiscale bidonvilles. Iedereen met wat gezond fiscaal verstand begrijpt dat de belastingdruk rechtvaardig moet worden verdeeld om aanvaardbaar te zijn. Dat dit in ons land niet het geval is, is ondertussen wel duidelijk. De nieuwe regering zou hiermee komaf kunnen maken en een tax shift kunnen organiseren naar een meer rechtvaardig belastingsysteem waar de belastingdruk veel gelijker wordt verdeeld. Maar om dit te doen moet de regering wel bereid zijn om het individueel belang van lobbygroepen ondergeschikt te maken aan het algemeen fiscaal belang.
 
De geruchten die ons van bij de regeringsonderhandelingen bereiken laten echter duidelijk verstaan dat ook de komende regering niet van plan is om een radicale fiscale ommezwaai te organiseren. Dat is jammer. Er was een heuse revolutie nodig om uiteindelijk in 1789 in de Déclaration des Droits de l'Homme et du Citoyen tot de stelregel te komen dat: ‘Pour l'entretien de la force publique, et pour les dépenses d'administration, une contribution commune est indispensable. Elle doit être également répartie entre tous les Citoyens, en raison de leurs facultés.’ Het lijkt er stilaan op dat we een nieuwe revolutie nodig zullen hebben om deze regel in ere te herstellen.