De grootste successen zijn het gevolg van samenwerking niet van conflicten

19/12/2012 | Fiscaal | Michel Maus
Het gezegende jaar 2012 is een aanslagjaar dat menige belastingbetaler niet licht zal vergeten. Barre budgettaire tijden hebben de regering Di Rupo genoodzaakt strenge begrotingsmaatregelen te nemen. Een regering die streng moet besparen kan niet verwachten de meest sympathieke regering aller tijden te worden, maar de regering Di Rupo heeft in 2012 toch echt wel haar best gedaan om de fiscale citroenprijs binnen te rijven. De budgettaire ijver heeft gezorgd voor een aantal lichtzinnige fiscale maatregelen, zoals het verhogen van de roerende voorheffing en het zwaarder belasten van de voordelen van alle aard op bedrijfswagen, waarmee de regering er op zeer korte tijd in is geslaagd om ondernemend Belgiƫ tegen zich in het harnas te jagen. Dit is frappant, temeer het opvalt dat het eigenlijk niet zo zeer de verhoogde belastingdruk is die kwaad bloed heeft gezet, maar wel de fenomenale onduidelijkheid van deze besparingsmaatregelen. Door tergend lang te wachten met praktische richtlijnen heeft de regering de ondernemerswereld werkelijk aan plan gelaten en in de hoek van de rechtsonzekerheid geduwd. En als er iets is waar een ondernemer zeer allergisch op reageert, dan is het wel rechtsonzekerheid.
De regering had dan ook beter moeten weten. De kunst van belastingen heffen bestaat er immers in de gans zo te plukken dat men de meeste veren krijgt met het minste gesis. Met haar vaak ondoordachte fiscale optreden heeft de regering Di Rupo aangetoond deze boodschap duidelijk niet te hebben begrepen. En ook op het vlak van de fraudebestrijding werd deze wijze raad van de 18de eeuwse Franse politicus Jean-Baptiste Colbert duidelijk in de wind geslagen.
 
Om de strijd met de belastingontwijking en –ontduiking aan te gaan, heeft de regering eveneens een aantal zeer ingrijpende maatregelen genomen die uitblinken in onduidelijkheid. Twee maatregelen springen hierbij onmiskenbaar in het oog, m.n. de nieuwe anti-misbruikbepaling die agressieve fiscale constructies moet bestrijden en de aanslag op de geheime commissielonen, de zogenaamde monsterboete van 309%, die misbruiken met privé-uitgaven betaald door de vennootschap aan banden moet leggen. Ook van deze maatregelen kan in wezen worden gezegd dat zij op zich wel waardevol zijn, maar dat het gebrek aan duidelijke richtlijnen iedere ondernemer het gevoel heeft gegeven als fraudeur te worden gestigmatiseerd. Dit is niet onterecht. Deze fraudemaatregelen zijn zo ruim opgesteld dat de terechte vrees bestaat dat zij voor heel wat collateral damage kunnen zorgen. In deze donkere kerstijden kan men best wel spreken van Herodiaanse maatregelen die bij een onoordeelkundig optreden van de fiscus iedereen kunnen en zullen treffen in de hoop dat men ook een paar fraudeurs kan elimineren. Het is duidelijk dat dit nefast is voor het fiscale vertrouwen en de fiscale burgerzin.
 
De regering is er met deze maatregelen werkelijk in geslaagd om de fraudebestrijding te integreren in een fiscaal conflictmodel waarbij de fiscus lijnrecht tegenover de belastingbetaler wordt geplaatst. Het is duidelijk dat dit niet zal leiden tot een gezond fiscale ondernemersmentaliteit. Het fiscale vertrouwen van de ondernemerswereld kan enkel maar worden hersteld indien de regering bereid is om af te stappen van het conflictmodel en te evolueren naar een consensusmodel. Pas indien de regering beseft dat zij moet samenwerken met de ondernemerswereld kan de fraudebestrijding een succes worden.
 
Om dit doel te bereiken moet men durven afstappen van de fiscale monopolie-positie van de administratie. Eerder dan de administratie toe te laten eenzijdig fiscale wetgeving te interpreteren, doet de regering er goed aan de om de richtlijnen met betrekking tot praktische uitvoering  van fiscale wetgeving over te laten aan paritaire comités, waarin zowel ambtenaren als vertegenwoordigers van het fiscale middenveld vertegenwoordigd zijn. Dit paritair systeem zou moeten worden toegepast bij zowel het uitwerken van administratieve circulaires als bij het afleveren van fiscale rulings. Op die manier kunnen fiscus en belastingbetaler samen de contouren van de fiscaliteit afbakenen en het draagvlak van de fiscale interpretatie enorm verbreden. Op zich is een paritair systeem geen unicum aangezien zowel de rechtbank van koophandel als de arbeidsrechtbank tot ieders tevredenheid reeds jarenlang paritair functioneren. Het zou goed zijn mocht dit ook ingang vinden in de fiscaliteit en laat dit mijn fiscale nieuwjaarswens zijn voor 2013. Remember beste regering, wie met zachtheid beveelt, wordt het best gehoorzaamd.