BNP Paribas en de Belgische Staat: Brother in arms?

06/07/2014 | Fiscaal | Michel Maus
Vorige week heeft de Franse bank BNP Paribas aan de Amerikaanse autoriteiten toegegeven voor miljarden dollars aan transacties te hebben uitgevoerd met landen die men als schurkenstaten bestempeld. Via het Zwitserse filiaal van BNP Paribas werden aankopen van olie en andere grondstoffen geregeld voor klanten die banden hebben met landen als Iran, Sudan en Cuba. Hierdoor heeft BNP Paribas in strijd met de Amerikaanse boycotregeling gehandeld en aldus misdrijven gepleegd. In ruil voor een schuldbekentenis voor onder meer schriftvervalsing en samenzwering, moet BNP Paribas aan de Amerikaanse overheid nu een boete betalen van maar liefst 8,8 miljard dollar (6,5 miljard euro), meteen de zwaarste boete ooit die een niet-Amerikaanse bank in de USA heeft moeten betalen.
Het BNP Paribas-verhaal is natuurlijk ook van belang voor ons land. Met een participatie van 10,28 procent is de Belgische overheid immers een zeer belangrijke aandeelhouder van een bank waarvan nu bekend is geraakt dat die zich schuldig heeft gemaakt aan schriftvervalsing en samenzwering, toch geen onbelangrijke misdrijven. Dat dit op zijn zachts gezegd nogal moeilijk ligt voor de Belgische overheid als referentie-aandeelhouder zal voor iedereen wel duidelijk zijn, maar wie een stevige politieke reactie had verwacht kwam vrij bedrogen uit.
De enige reactie na het opleggen van de boete kwam van Minister van Financiën Koen Geens die liet noteren ‘dat het belang van de Belgische staat in BNP Paribas ondanks de monsterboete een duurzame, gezonde participatie blijft’ alsook ‘dat de winst van de bank en het dividend door de boete niet aangetast zijn'. Als dit inderdaad de visie van de regering is in dit verhaal, dan is dit werkelijk ongezien.

Ondertussen raakte immers bekend dat BNP Paribas ook actief het regime in Soedan heeft gesteund ten tijde van de genocide in Darfur, tussen 2003 en 2008 en waar toch 300.000 mensen het leven hebben gelaten. Dat het budgettair belang van de BNP Paribas-participatie voor de Belgische Staat belangrijker lijkt te zijn dan de ethische vraag of men wel eigenaar kan blijven van een bank die internationale misdrijven heeft gepleegd en een regime heeft ondersteund waar op grote schaal mensenrechtenschendingen hebben plaatsgevonden is vrij tekenend voor de vrij oncomfortabele spagaatpositie waarin de Belgische overheid is terecht gekomen.

De facto moet de Belgische overheid nu een keuze maken tussen haar budgettair belang en haar ethische verantwoordelijkheid, maar dat is blijkbaar vrij moeilijk en leidt tot een paradoxale catch 22.
Indien de Belgische overheid de waarde van zijn participatie en zijn jaarlijkse dividendenstroom ( vorig jaar 186 miljoen euro ) wil handhaven, dan heeft die er alle belang bij om de problemen met BNP Paribas dood te zwijgen en om actief te gaan lobbyen tegen de Amerikaanse sancties die men de bank wil opleggen. Maar om dit doel te bereiken moet de Belgische overheid wel elk ethisch besef overboord gooien en de ernst negeren van de feiten die de bank heeft gepleegd. Dit botst dan natuurlijk met de ethische verantwoordelijkheid van een overheid waarvan men toch kan verwachten dat ze dergelijke bankpraktijken niet enkel afkeurt maar ook daadwerkelijk gaat vervolgen. Deze tegenstrijdigheid tussen het zakelijk belang en het ethisch belang van de Belgische overheid is zeer nefast.

Indien de Belgische overheid niet elk moreel gezag wil verliezen, dan heeft ze eigenlijk geen andere keus dan BNP Paribas scherp te veroordelen voor zijn praktijken. Dit is nu echter onmogelijk. Indien de Belgische overheid de praktijken van BNP Paribas stevig zou willen aanpakken, dan kan ze dat enkel maar doen door in te gaan tegen haar eigen zakelijke belangen. Het pleiten voor een stevige veroordeling van de bank, zal onmiskenbaar de koers van het aandeel beïnvloeden en de dividendenstroom aantasten en dan schiet de overheid in haar eigen voet.

Maar soms moeten principes de bovenhand krijgen op zakelijke belangen en voor een overheid geldt dit beginsel des te meer.  Indien de overheid haar morele legitimiteit wil behouden heeft zij geen andere keus dan de participatie in BNP Paribas onmiddellijk van de hand te doen. Een potentieel verlies op de participatie is dan de prijs die men moet betalen voor het behoud van zijn moreel gezag. En ook dat kan geen probleem zijn, want door de schuldbekentenis van de bank staat de poort voor een schadeclaim voor de aandeelhouders immers wagenwijd open.