Black is back

13/04/2014 | Fiscaal | Michel Maus
Eerder deze week raakte in de media bekend dat steeds meer Belgen hun zwart of hun vijftig tinten grijs vermogen repatriƫren vanuit het buitenland. Voor een stuk gaat het hier uiteraard om vermogen dat ondertussen werd geregulariseerd tijdens een van de drie regularisatierondes die ons land heeft gekend de afgelopen jaren. Met deze witgewassen kapitalen is er uiteraard geen probleem. Door te regulariseren heeft de eigenaar van het zwart of grijs kapitaal een soort go pass-gekregen waarmee hij met zijn kapitaal overal naartoe kan.
Maar naast het geregulariseerd kapitaal moeten we echter ook vaststellen dat steeds meer Belgen ook zwarte en grijze kapitalen die nog niet zijn geregulariseerd of slechts gedeeltelijk zijn geregulariseerd terug naar België willen brengen, en dat is momenteel een ander paar mouwen. Deze tendens is niet zo verwonderlijk. De afgelopen maanden zijn er immers belangrijke internationale akkoorden tot stand gekomen die voorzien in een automatische uitwisseling van bankgegevens met het oog op belastingheffing. En aangezien ondertussen ook landen zoals Luxemburg en Zwitserland te kennen hebben gegeven vanaf 2015 te willen meewerken met deze gegevensuitwisseling is het net rond de zwartspaarder zich langzaam maar zeker aan het sluiten, althans op het internationale vlak. Om aan deze internationale gegevensuitwisseling te ontsnappen zijn er maar twee opties, ofwel zelf verhuizen naar het land waar het zwarte of grijze kapitaal resideert, ofwel het zwarte of grijze kapitaal verhuizen naar het land waar de eigenaar resideert. Het zal u allicht niet verwonderen dat de meeste zwartspaarders voor deze tweede optie kiezen. 
 
Vanuit Belgische oogpunt is dat eigenlijk ook strategisch een verstandige zet. Wie erin slaagt zijn zwart of grijs kapitaal naar België te repatriëren kan eigenlijk vrij rustig slapen. De Belgische overheid mag dan wel een voortrekker zijn in het pleidooi voor meer internationale fiscale samenwerking en uitwisseling van bankgegevens, op het eigen nationale vlak is het net andersom. Door de bevrijdende roerende voorheffing is een zwartspaarder ontheven van elke aangifteplicht van de roerende inkomsten afkomstig van zijn kapitaal. Bovendien moet hij op zijn aangifte in de personenbelasting enkel aangifte doen van zijn buitenlandse bankrekeningen en van zijn buitenlandse levensverzekeringen, doch niet van zijn Belgische bankrekeningen en Belgische levensverzekeringen. Deze vorm van pervers fiscaal protectionisme is toch vrij bizar te noemen.
 
Niettemin stelt de repatriëring van niet geregulariseerde of gedeeltelijke geregulariseerde kapitalen ernstige praktische en ernstige juridische problemen. De verstrengde witwasverplichtingen van de banken zorgt er immers voor dat de zwartspaarder nu met een nieuwe fiscale controleur wordt geconfronteerd, met name zijn bankier. Wie met zwart of grijs kapitaal komt aankloppen bij een Belgische bank zal het ondertussen geweten hebben. Wie de rechtmatige herkomst van zijn kapitaal niet kan verantwoorden komt in het beste geval bij de bank niet binnen, en maakt in het slechte geval het voorwerp uit van een witwasmelding van de bank aan de witwascel. De repatriëring van niet geregulariseerde of gedeeltelijke geregulariseerde kapitalen vormt aldus een ernstig juridisch risico voor de zwartspaarder.
 
De enige manier om aan deze catch 22 te ontsnappen is opnieuw de stap naar regularisatie zetten. Het probleem dat zich hierbij nu stelt is dat er momenteel geen enkel bindend juridisch kader meer is om dit te doen. Het enige wat de zwartspaarder nu kan doen is contact nemen met de fiscus en onderhandelingen opstarten, maar dat is momenteel een loterij. Wie in de huidige omstandigheden wil regulariseren weet wel waaraan hij begint maar weet geenszins waar hij gaat eindigen. Bij gebrek aan wetgeving en  bij gebrek aan een gecoördineerd beleid is het momenteel willekeur troef. De manier potentiële fiscale pentiti momenteel worden behandeld is een rechtstaat onwaardig. In het ene arrondissement volstaat het om enkel de belasting op de inkomsten van de laatste 7 jaar te regulariseren en een boete van 50% te betalen, in het andere arrondissement zal men daarboven ook nog eens 35% van het kapitaal opeisen voor de ‘restitutie’ van de reeds verjaarde belastingschuld. Deze verschillen in aanpak zijn onaanvaardbaar, vandaar dat de noodzaak zich stelt voor een permanent regularisatiekader. Dit kader mag gerust streng zijn, als het maar duidelijk is en uniform wordt toegepast. Wie echter hoopt op wat politiek pragmatisme om dit probleem op te lossen is er echter aan voor de moeite. Minister Geens verkondigde immers reeds boudweg dat een regularisatiemechanisme waarop men ten allen tijde kan terugvallen niet past in het internationale kader. Sommige politici zijn misschien niet helemaal blind voor de realiteit, maar zijn zicht nog hebben en geen visie is stukken erger.