Bezin eer je fiscaal begint. De noodzaak tot oprichting van een Commissie voor Fiscale Normen.

29/01/2014 | Fiscaal | Michel Maus
De afgelopen dagen is er redelijk wat commotie ontstaan over de fiscale verkiezingsprogramma’s van de traditionele politieke partijen. Het valt eigenlijk op dat de basisfilosofie vrij gelijklopend is, en dat alle politieke partijen in se de focus leggen op de verlaging van de arbeidsfiscaliteit. Dit is uiteraard positief nieuws, maar het is voor de wakkere burger ondertussen ook duidelijk: voorstellen lanceren is één zaak, maar voorstellen realiseren is uiteraard een andere zaak. En ook hier valt op dat de politieke partijen allen zeer vaag blijven over de financiering van hun eigen fiscale verkiezingsprogramma’s.
Nochtans de kostprijs van al deze programma’s is niet min. Het duurste plan is dat van Open Vld. Het herleiden van de progressieve tarieven in de personenbelasting tot twee tarieven van 25% tot 50% ( voor het deel van het inkomen boven 37.330 euro) kost 5 miljard euro en moet worden gedekt door besparingen op het overheidsbeslag. Tweede in de rij is CD&V wiens voorstel om het belastingvrij minimum voor elke Belgische belastingplichtige op te trekken met 2.800 euro, een prijskaartje heeft van 3,29 miljard euro en moet gefinancierd worden met terugverdieneffecten en hogere belasting op consumptie. Het plan van de NV-A om de schijfbelasting in de personenbelasting te hervormen kost 2,4 miljard euro en moet zoals het plan van Open Vld worden betaald met overheidsbesparingen. SP.A wil de werkbonus versterken voor lage lonen, maar moet daarvoor 3 miljard euro zien te vinden. Dit bedrag moet volgens SP.A komen van de fraudebestrijding. Groen! Tot slot heeft het goedkoopste fiscaal programma. Groen! voorziet in een loonbonus van 250 euro, hetgeen een kostenplaatje heeft van 500 miljoen euro, te financieren met hogere belasting op vermogenswinsten.
 
Dit zijn allemaal zeer waardevolle voorstellen, maar indien men diepgaander vragen gaat stellen over de concrete juridische en praktische uitwerking ervan en over de concrete financiering, dan blijft elke partij zeer duister. Nochtans, geen enkele van de voorgestelde maatregelen kan worden gerealiseerd zonder een (para)fiscale compensatie en hier omtrent blinken de politieke partijen uit in onduidelijkheid. Het zoeken van middelen in het besparen op de overheid, het bestrijden van de fraude, het verschuiven van belastingdruk van arbeid naar vermogen, ecologie en consumptie, etc, dat is allemaal ok, maar de kiezer heeft ook recht om te weten hoe de politieke partijen hun voorstellen willen tot stand brengen zodat het realistisch karakter ervan door de kiezer kan worden beoordeeld.
 
Het is dan ook niet verwonderlijk dat er meer en meer stemmen opgaan om de werkelijke kostprijs van de verkiezingsprogramma’s vooraf te laten verifiëren door een onafhankelijk orgaan. Professor Peersman van de UGent deed daaromtrent deze week een oproep die in academische middens steeds meer bijval lijkt te krijgen. Het voorstel is wat mij betreft ook vrij logisch. In Nederland  bijvoorbeeld worden de verkiezingsprogramma’s nu reeds systematisch berekend door het planbureau.
 
Wat mij betreft moet de screening van fiscale voorstellen echter veel verder gaan en mag die niet beperkt blijven tot de loutere budgettaire context. Het is een publiek geheim onder fiscalisten dat de kwaliteit van de fiscale regelgeving meer en meer te wensen overlaat. Het zou dan ook goed zijn mochten fiscale voorstellen niet alleen budgettair worden gescreend, maar ook juridisch en praktisch. Dit is absolute noodzaak. De laatste jaren heeft de fiscale wetgever immers herhaalde malen zijn toevlucht moeten nemen tot reparatiewetten nadat was gebleken dat eerder genomen fiscale beslissingen onvoldoende waren doordacht.
 
Het wordt er helaas niet beter op.  Vorige week nog raakte bekend dat het Grondwettelijk Hof het fiscaal uitzonderingstarief op spaarboekjes heeft vernietigd omwille van het discriminatoir karakter ervan. Eerder had ook het Europees Hof van Justitie reeds geoordeeld dat de fiscale vrijstelling op de spaarboekjes in strijd is met het Europees recht, een lot dat ook de belasting op huurinkomsten binnenkort te wachten staat. En ook op praktisch vlak lijkt de regering maar weinig realiteitszin aan de dag te leggen bij de conceptie van fiscale regelgeving. Elke ondernemer zal zich nog de fiscale vaudeville herinneren van  de voordelen van alle aard op bedrijfswagens en de hervorming van de roerende voorheffing.
 
Het ondoordacht invoeren van fiscale voorstellen is uiteraard nefast is voor het fiscale vertrouwen. Vandaar dat de Werkgroep Fiscaal Correct voorstelt om een Commissie voor Fiscale Normen op te richten, bevolkt door fiscale en begrotingsspecialisten met de bedoeling om politieke fiscale voorstellen grondig te screenen. Vooreerst is een studie over de  macro-economische effecten van fiscale voorstellen onontbeerlijk om na te gaan of de maatregelen budgettair het verhoopte resultaat zullen opleveren, welke de impact is van de maatregel op onze economie en wat de macro-economische (ongewilde) neveneffecten zijn tot dewelke de maatregel aanleiding kan geven. Daarnaast is ook een juridische screening noodzakelijk, zodat de regering niet om de haverklap om de oren wordt geslagen met rechtspraak die fiscale regelgeving met de grond gelijk maakt. Tot slot en zeer belangrijk is een ook praktische screening van fiscale wetgeving noodzakelijk. Dit moet er dan voor zorgen dat de maatregel geen onredelijke administratieve overlast voor de belastingplichtigen en voor derden met zich meebrengt, zoals recent is gebleken met de regeling van de fiscale voordelen van bedrijfswagens en de hervorming van de roerende voorheffing.
 
Een dergelijke screening zou de fiscale wereld zo veel beter maken. Maar ja, wat baat een kaars en bril als de politieke uil niet zien wil.