België, een stukje paradijs op aarde?

04/02/2013 | Fiscaal | Michel Maus
Dit weekend publiceerde De Tijd zijn eerste artikel in de reeks over de Belgische belastingroute. In een bijzonder confronterend artikel wordt duidelijk gemaakt dat heel wat van de grootste bedrijven ter wereld gebruik van België in hun internationale belastingplanning. Door handig om te springen met onze belastingregels slagen bedrijven als Exxon, Coca Cola, Arcelor Mittal, Ikea, BP, Carrefour, etc. erin om honderden miljoenen aan belastingheffing te besparen. De 25 vennootschappen met het grootste eigen vermogen hebben in 2011 maar liefst 25 miljard euro winst geboekt waarop 0,7% belasting werd betaald. Dit is een belastingdruk van een kaliber waar zelfs Alberto Contador jaloers op zou zijn. Politiek België werd ondertussen wakker geschud, getuige de scherpe politieke reacties van onder meer Bruno Tobback en Joëlle Milquet.
In ieder geval heeft het artikel van De Tijd duidelijk het paradijselijk fiscaal karakter van België in de verf gezet. Op zich is dat zeer verwonderlijk. Met een belastingdruk van 45,6% van het BBP staat België op de tweede plaats in de ranglijst van landen met de hoogste belastingdruk. Vanaf dit jaar moeten we enkel nog Zweden laten voorgaan. Maar ondanks deze absurde belastingdruk wordt ons land toch als een fiscaal paradijsje aanzien. Deze boodschap komt trouwens niet louter van linkse actiegroepen, ook op zeer gerespecteerde internationale nieuwssites wordt België als fiscaal walhalla aangeprezen. Zo bijvoorbeeld publiceerde businessweek.com een opmerkelijk artikel over de Belgische fiscaliteit onder de veelzeggende titel “If You're Wealthy, This Must Be Belgium” met de fantastische quote “Belgium has become a Cayman Island without the island”, en ook de website www.bespaarbelastingen.be bijvoorbeeld prijst België aan als “the tax Candy store of Europe”.
 
De fiscale aantrekkingskracht van België is ook pure realiteit. Ons land is duidelijk fiscaal in trek, en dat niet alleen bij multinationals maar ook bij zeer vermogende particulieren. Het is niet voor niets dat volgens bepaalde media ondertussen 12 van de 25 rijkste Franse families zich ondertussen in België hebben gevestigd. Naast de meest gekende vertegenwoordigers van de Franse richesse Bernard Arnault en Gérard Dépardieu hebben ook telgen van de families achter de warenhuisketens Carrefour en Auchan, het petroleumbedrijf Total en de computergigant Compac de weg naar België gevonden.
 
Voor fiscalisten is de reden voor de hand liggend. Ons fiscaal stelsel bevat nu eenmaal verschillende uitzonderingsregimes die met wat spitsvondigheid magische fiscale resultaten kunnen opleveren. Voor multinationals is België dankzij de notionele interestaftrek, de aftrek voor definitief belaste inkomsten, de quasi vrijstelling van meerwaarden op aandelen en het fiscaal regime voor octrooivennootschappen een bijzondere aantrekkelijk land. Particuliere vermogenden kunnen in ons land dan weer fantastische dingen doen met de vrijstelling van meerwaarden op aandelen en de uitzonderingsregimes in de successierechten.
 
En hiermee komen we natuurlijk bij de kern van de discussie, met name dat de fiscale gunstregimes niet voor elk bedrijf en voor elke particulier op dezelfde wijze toegankelijk zijn. En dat leidt onmiskenbaar tot een ongelijke verdeling van de belastingdruk. Zo bijvoorbeeld rekende Trends in 2011 uit dat KMO’s gemiddeld 21% vennootschapsbelasting betalen, grotere ondernemingen 11,1% en multinationals 5%. Voor particulieren is het net hetzelfde fenomeen. Wie arbeidsinkomen verkrijgt, ziet tussen de 50 en 60% van zijn inkomen opgaan in fiscale en parafiscale bijdragen. Wie het geluk heeft om te kunnen leven van interesten en dividenden geniet een flat tax van 25%. De vraag stelt zich dan ook of we dit moeten remediëren en ons fiscaal systeem hervormen om te komen tot een evenwichtiger verdeling van de belastingdruk.
 
Indien deze vraag wordt gesteld volgt onmiddellijk de reactie dat het sleutelen aan fiscale gunstregimes tot gevolg zal hebben dat de multinationals en de rijke particulieren andere oorden gaan opzoeken hetgeen nefast zou zijn. Dit is natuurlijk een feit, want ondanks de beperking van de belastingdruk zorgen zij ook nog wel degelijk voor fiscale inkomsten voor ons land. Maar waar de protagonisten van deze stelling wel niet bij stilstaan is de fiscale collateral dammage die dergelijke ongelijkheden met zich meebrengen.
 
De publieke verontwaardiging over de beperkte belastingdruk van grote bedrijven en vermogende particulieren is zeer groot en resulteert is fiscaal escapisme op de lagere niveau’s. Hoe denkt u dat een doorsnee bedrijfsleider van een KMO zich voelt als hij vaststelt dat zijn bedrijf een gemiddelde belastingdruk heeft van 21% en een multinational 5%? Hoe denkt u dat een doorsnee arbeider, bediende of zelfstandige zich voelt als hij leest dat hij gebukt gaat onder een belastingdruk van 50% en de belastingdruk van een rentenier is afgetopt op 25%? Juist, zij gaan zich gefrustreerd voelen. En  fiscale frustratie is niet bijster positief te noemen voor de fiscale burgerzin en de hoofdreden voor de zeer omvangrijke zwarte economie in ons land. Wie zich fiscaal gefrustreerd voelt, zal evengoed en op zijn manier aan belastingheffing proberen te ontsnappen en dat is budgettair een veel groter probleem.   
 
De ganse discussie die nu door De Tijd op gang is gebracht, is wat mij betreft dan ook een discussie over fiscale moraliteit. Is het de dag van vandaag nog aanvaardbaar dat er zo’n groot onevenwicht is in belastingdruk, dat is de cruciale vraag. Fiscale gunstregimes mogen en moeten er zijn, maar zij moeten redelijk en beleidsondersteunend zijn. Het puur toekennen van een notionele interestaftrek, bijvoorbeeld zonder investeringsvereiste leidt tot de gekende excessen. De politiek moet zich dan ook eens goed over beraden over de gunstregimes die zij heeft gecreëerd, want 11 miljoen belastingbetalers, die  moet je verdienen elke dag. Deze discussie is trouwens ook internationaal reeds aan de gang. In de UK werden Starbucks, Amazon en Google in het Lagerhuis ter verantwoording geroepen voor hun agressieve belastingplanning, hetgeen David Cameron op het World Economic Forum in Davos inspireerde om een oproep te doen voor meer fiscale ethiek. En ook in Nederland heeft de Tweede Kamer op 23 januari een bijzondere commissie in het leven geroepen om de rol van Nederland in internationale belastingplanning onder de loep te nemen. Het worden ongetwijfeld nog boeiende fiscale tijden.