Bankgeheim, kroniek van een aangekondigde dood

13/03/2014 | Fiscaal | Michel Maus
Eerder deze week raakte bekend dat de EU zeer dicht staat bij een Europees akkoord over de uitbreiding van de zogenaamde spaarrichtlijn. Deze richtlijn voorziet in een vorm van automatische gegevensuitwisseling tussen de EU-lidstaten over rente-inkomsten die een inwoner van de ene lidstaat in een andere lidstaat heeft verkregen. Daaronder valt onder meer de rente op spaarboekjes, zichtrekeningen, termijnrekeningen, kasbons en obligaties. De spaarrichtlijn is reeds operationeel sinds 2005 maar een aantal landen, meer bepaald België, Luxemburg en Oostenrijk deden niet mee met de gegevensuitwisseling, maar hebben “geopteerd” om te werken met een systeem van bronheffing. Nadat België in 2010 reeds met dit systeem was gestopt hebben nu ook Luxemburg en Oostenrijk te kennen gegeven dat zij vanaf 2015 zullen afstappen van het systeem van de bronheffing en zullen meewerken aan de gegevensuitwisseling. Terzelfdertijd hebben Luxemburg en Oostenrijk zich ook akkoord verklaard met een uitbreiding van het toepassingsveld van de spaarrichtlijn zodat er vanaf 2017 binnen Europa ook gegevens zullen worden uitgewisseld over beleggingsfondsen zonder Europees paspoort, gestructureerde producten en verzekeringsproducten. De verwachtingen is dat deze fiscale hervorming eind volgende week definitief wordt goedgekeurd. En hiermee wordt opnieuw een ferme stap gezet in de strijd voor meer fiscale transparantie. A small step for a man, but a giant leap for taxkind als het ware.
Deze hervorming zit er reeds een aantal jaar aan te komen. De bal is eigenlijk aan het rollen gegaan op de G20 top van Londen op 3 april 2009. Op deze G20 werd onder impuls van de OESO lijsten van “belastingparadijzen” bekendgemaakt, dwz van landen die niet bereid waren om bankgegevens te wisselen met andere landen met het oog op belastingheffing. Dit was meteen het startschot van een internationaal offensief tegen bankgeheimlanden. Dat het menens was bleek onder meer  Het is dan de Franse President Nicolas Sarkozy in de nasleep van deze G20 in de pers heeft verklaarde: “Le temps du secret bancair est révolu”. Profetische woorden die hun effect niet hebben gemist.
 
De publicatie van deze twee lijstjes is hét startschot geweest van wat stilaan begint te lijken op een fiscale revolutie.
 
De reden waarom deze thans zo is beginnen aanslaan, houdt verband met 9/11 en de daaropvolgende strijd tegen het terrorisme. In de zoektocht naar de financiering van terroristische groeperingen zag de USA zich belemmerd door de klassieke bankgeheim-regimes die het moeilijk, zoniet onmogelijk maakten om de geldstromen van deze groeperingen bloot te leggen. Vandaar dat er heel wat druk vanuit deze hoek is gekomen om afbreuk te doen aan het klassieke fiscale bankgeheim. Daarnaast was er natuurlijk ook de financieel-economische crisis die heel wat landen heeft doen beseffen dat zij fiscale middelen missen omdat vermogen zonder al te veel problemen in bankgeheim-landen kon worden ondergebracht. De combinatie van deze twee oorzaken heeft gezorgd voor het momentum in de doorbraak van de fiscale privacy.
 
Op internationaal vlak zijn het vooral de OESO en de EU die op dit vlak de kar zijn beginnen trekken. Vooreerst is er de OESO die met zijn lijstjes van belastingparadijzen de internationale wereld de facto heeft verplicht om akkoorden te sluiten om bankgegevens te wisselen. Om van de lijstjes geschrapt te raken moest een land met minstens 12 andere landen dergelijke akkoorden afsluiten. We zijn nu nauwelijks 5 jaar na de G20-top van Londen en we moeten vaststellen dat België ondertussen met maar liefst 42 landen uitwisselingsakkoorden over bankgegevens heeft afgesloten. Dit is een wereldwijd fenomeen met als gevolg dat er ondertussen geen enkel land meer op de zwarte en grijze lijst van de OESO is terug te vinden.
 
Daarnaast is de internationale gemeenschap, met de USA op kop, ook zware druk beginnen zetten op de twee klassiekers in het verhaal, met name Zwitserland en Luxemburg. Wat niemand had kunnen vermoeden is dat deze twee landen ook stilaan overstag zijn gegaan en zeer ingrijpende toegevingen hebben gedaan op het vlak van de fiscale privacy. Zo bijvoorbeeld hebben beide landen de FATCA-wetgeving moeten slikken. FATCA is Amerikaanse wetgeving die banken wereldwijd verplicht om jaarlijks alle bankgegevens van Amerikaanse belastingbetalers aan de Amerikaanse fiscus over te maken. Steeds meer landen verplichten om diplomatieke redenen hun eigen banken om aan deze Amerikaanse wetgeving te voldoen. Ook de woordvoerder van de Belgische fiscus heeft met een persbericht deze zomer gesteld dat België de FATCA-wetgeving zal aanvaarden.
 
Ook op Europees vlak zijn er ondertussen tal van initiatieven ontwikkeld. Vooreerst is er de uitbreiding van de zogenaamde Spaarrichtlijn. Deze Richtlijn verplicht de Europese Lidstaten om periodiek en automatisch de gegevens uit te wisselen van rentebetalingen op (spaar)rekeningen die eigendom zijn van de inwoners van een andere Lidstaat. Ook Luxemburg heeft ondertussen aangekondigd om vanaf 2015 deel te nemen aan deze gegevensuitwisseling. Ondertussen heeft de Europese Commissie een ontwerp goedgekeurd tot uitbreiding van het toepassingsveld van deze Richtlijn. Met name wil de Europese Commissie dat ook de tak 21 en 23 levensverzekeringen onder deze gegevensuitwisseling zouden vallen, alsook alle trust-, stichting en aanverwante structuren. Het blijft voorlopig bij een voorstel maar het ligt wel op de tafel van het Europees parlement.
 
Daarnaast heeft de Europese Unie ook de Fiscale Bijstandsrichtlijn goedgekeurd. Deze Richtlijn die in de zomer werd opgenomen in de Belgische fiscale wetgeving voorziet eveneens in een systeem van internationale gegevensuitwisseling tussen de EU-Lidstaten van onder meer arbeidsinkomsten, eigendom van onroerend goed, pensioenen, dividenden en royalties. Dit systeem zou tussen 2015 en 2017 operationeel moeten worden.
 
En tot slot ligt er ook een voorstel op de Europese tafel tot het invoeren van een eigen FATCA-wetgeving. De grote EU-landen Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk hebben dit voorstel gelanceerd, en ook België heeft bij monde van Staatssecretaris Crombez te kennen gegeven dit voorstel te steunen.
 
Wat België zelf betreft, heeft de regering ondertussen ook tal van maatregelen genomen waarbij de fiscale privacy steeds verder wordt uitgehold. Zo bijvoorbeeld werd het bankgeheim in de Inkomstenbelastingen quasi volledig afgeschaft en werd er een wettelijk kader gecreëerd voor een fiscale superdatabank. Ook werd er meer en meer wetgeving gecreëerd waarbij men verplicht wordt om hetzij anderen fiscaal aan te geven, dan wel zelf aan de fiscus allerlei vermogensgegevens te bezorgen. We kunnen hierbij denken aan de verstrenging van de meldingplicht voor witwassen voor alle vormen van ernstige fiscale fraude. Daarnaast is ook algemeen gekend dat sinds dit jaar elke belastingplichtige in de personenbelasting aangifte moet doen van het hebben van een buitenlandse levensverzekering. In 2014 wordt deze aangifteplicht ook uitgebreid tot de economische begunstigden van buitenlandse vermogensstructuren zoals trusts en stichtingen.
 
Het is dan ook duidelijk dat het fiscaal blootleggen van roerend vermogen zowel op nationaal als op internationaal vlak stilaan realiteit wordt.
 
Maar wat ondertussen ook duidelijk is geworden is dat met de zichtbaarheid van vermogen stijgt natuurlijk ook de kans op de belastbaarheid van vermogen en vermogensinkomsten. Ook dat is een bittere realiteit waar we rekening mee moeten houden.